August Borms

                                     Geboren in St-Niklaas op 14/4/1878, vermoord door belgië op 12/4/1946.

 

 

August Borms, zoon van een niet onbemiddelde middenstander, studeerde aan het Klein-seminarie in St-Niklaas. Hij volgde Grieks-Latijnse humaniora in het Frans. In die tijd werden enkel Nederlands en godsdienst in de volkstaal onderwezen. Het Klein-seminarie te St-Niklaas was nochtans ook een centrum van vlaamsgezinde jeugdactie. In 1891 werd er door de leerlingen een Wase Studentenbond gesticht, die heel wat invloed op hem zou uitoefenen.

Tegen de tijd dat er een levensweg moest gekozen worden dacht August Borms eraan missionaris te worden. Hij dweepte met de grote Dendermondenaar Pieter de Smet, de Jezuïet die door de Indianen in het Rotsgebergte als de "grote zwartrok" vereerd werd. Aan de universiteit in Leuven werd toen echter  begonnen met het doctoraat in de Germaanse talen en letteren. Daar lagen de loopbanen in het onderwijs voor Vlaamsgezinde jongeren. Dus ging ook August Borms naar Leuven, want dat doctoraat moest slagen. Er moesten genoeg inschrijvingen zijn om de kursus te doen behouden.

Borms studeerde goed, en vermaakte zich in Leuven. Hij was een vrolijke gezel die tevens aan Vlaamse actie deed. Hij stichtte er met de andere Wazenaars de "Waasse Club" voor ontspanning en de Vlaamse strijd.

In 1901 werd Borms doctor in de Germaanse filologie. Hij was enkele tijd huisleraar bij senator Descamps te Leuven. Daarna werd hij atheneumleraar te Nijvel.

Hij had intussen ook een meisje leren kennen, Cesarine (Rientje) Smet. een meisje uit een eenvoudig gezin uit Waasmunster met wie hij trouwde op 23/2/1903. Hij had ook andere meisjes kunnen "krijgen" - een "goed" meisje" - zoals men toen zei...een meisje met geld. Maar door geld liet Borms zich nooit verleiden.

August Borms en echtgenote Rientje Smet

 

Het Waalse Nijvel waar hij werkte was echter verstikkend voor Borms die vroeger aan het rusteloze leven van een missionaris ergens ver weg had gedacht. En plots kreeg hij de kans om weg te gaan. Peru had aan de belgische regering vijf leraars gevraagd voor het reorganiseren van het middelbaar onderwijs. Het belgische departement voor Onderwijs duidde (natuurlijk) vijf Walen aan. Eén daarvan had echter de vereiste diploma's niet. Borms vernam dat toevallig en stelde zijn kandidatuur als plaatsvervanger. Hij was de enige kandidaat daarvoor en kon vertrekken naar Peru. Hij verbleef er vier jaar en in die tijd werden zijn  twee dochters Anita en Rosita geboren. Zijn vier Waalse collega's kregen bij hun terugkeer de Leopoldsorde. Voor Borms was men dat vergeten.... Hij bekwam ze pas een jaar later, dank zij het aandringen van Vlaamse politice. Het diploma, bij de dekoratie, was...in 't Frans.

Een jaar later werd hij te Mechelen benoemd en in 1909 bekwam hij zijn vurig gewenste betrekking : leraar aan het atheneum te Antwerpen. Hij ging in Merksem wonen en begon zijn leven van Vlaams agitator. Het ging in die tijd vooral om drie programmapunten : het vernederlandsen van de Gentse Rijksuniversiteit (de "Vlaamse Hogeschool"), de vernederlandsing van het middelbaar onderwijs, en Vlaamse en Waalse regimenten bij het leger. Bescheiden eisen, maar hoe zwaar te verwezenlijken ! En hoe moeilijk het het volk ervan te overtuigen dat de "flaminganten" werkelijk het volksbelang dienden.

De zogenaamde Hogeschoolkommissie begon een grootse propagandacampagne voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Er waren volksredenaars nodig. Onbezoldigde....

Borms, die intussen een gevuld lessenrooster had en ook privé-onderricht gaf - zijn jong gezin vergde ook heel wat van zijn tijd - stelde zich ten dienste van de Hogeschoolkommissie voor de propaganda in het Land van Waas. Borms was groot en kloek, en ging steeds fier rechtop. Hij had een zware, volle, krachtige stem, wat in die tijd (zonder geluidsapparatuur) zeer belangrijk was. Niet te verwonderen dus dat zijn bewonderaars hem "de klok van Vlaanderen" noemden.

De meeste Vlamingen, ook de Vlaamsgezinden, waren in die tijd in de eerste plaats katholiek, liberaal of socialist. Samenwerking van Vlaamsgezinden, buiten en boven de partijen, bleek uiterst moeilijk. Borms en zijn vrienden stichtten daarom de "Groeningherwacht", voor de Vlaamsgezinden van verschillende politieke opinie. Merksem had vanaf 1911 zijn Groeningherwacht die zeer actief zou zijn. De sterke Borms was dat jaar echter zo uitgeput door de Vlaamse actie - na en naast zijn leraarstaak - dat hij zwaar ziek werd en wekenlang te bed lag. Eens genezen nam hij er echter nog een taak bij. Redenaar voor de Vlaams werking in Frans-Vlaanderen "Pro-Westlandia". Hiertoe behoorden onder meer Modest Lauwereys en Staf Bruggen. Zij brachten de Nederlandse kunst en kultuur aan de Vlamingen-in-Frankrijk.

       August Borms 1912

De Eerste Wereldoorlog

In juli 1914 viel Duitsland belgië binnen. De flaminganten waren even als alle andere belgen diep geschokt toen Duitsland het neutrale belgië aanviel. Koning Albert richtte zich in een plechtige oproep niet tot de belgen, maar tot de Vlamingen en de Walen : "Vlamingen, gedenkt de slag der Gulden Sporen !" , "Walen, gedenkt de zeshonderd Franchimontezen !" Een gemeenschappelijke belgische geschiedenis bleek er dus niet te zijn. Borms schreef een artikel in Het Handelsblad dat door alle andere Vlaamse dagbladen werd overgenomen. Onder de titel "Zij zullen hem niet temmen" zette hij de Vlamingen aan tot moedig verzet tegen de Duitsers :

"De Vlaming toont zo aan zijn broeder de Waal, hoe uit de liefde tot zijn aangebeden Vlaanderen, tevens een diepe gehechtheid aan 't Belgisch Vaderland gegroeid is, hij bewijst met heldendaden dat zijne apostelen het goed voorhadden, toen zij in hem stamtrots en eigenwaarde opwekten en hem het Vlaamse Evangelie brachten dat onder andere bevat : Wij willen noch Fransen, noch Duitsers worden, wij willen onszelf zijn ! Vlamingen strijdt dus voort met leeuwenmoed. Doet u gelden op het slagveld en overal, zodat onze regeerders na de oorlog moeten bekennen : Het Vlaamse Volk is nog steeds een heldenras ! Zo een schoon en waardig volk verdient zijn volle recht ! En als eerste beloning voor zijn dapperheid en trouw, schenken wij het de Gentse Hogeschool !"

Zo dachten toen alle Vlaamsgezinden. Dat ze de zaken na enige tijd anders zouden bekijken, was het gevolg van franskiljonse uitdaging en belgisch onbegrip. Was de oorlog dan geen conflict tussen Frankrijk en Duitsland ? Ging het dus niet om de heerschappij tussen Latijnen of Germanen ? Was belgië geen voortzetting van Frankrijk ? De Germaanse Vlamingen konden dus niet anders zijn dan slechte belgen.....! Vooraleer enige Vlaming ook maar één pro-Duitse daad had verricht, werd al wat Vlaams was door sommige Walen en franskiljons reeds voorgesteld als Duits. "Boche", "mof", was een scheldwoord geworden, niet enkel voor de Duitsers maar ook voor de Vlamingen.

Het land was na een paar maanden volledig bezet, met uitzondering van een klein gebied achter de IJzer. De belgische regering was in Frankrijk gevestigd. Koning Albert was bij het leger achter het IJzerfront en het land werd bestuurd door een Duitse gouverneur-generaal en een Zivilverwantung. Het Duitse bestuur was allesbehalve populair. In menig opzicht bleek het onbekwaam. Het was uitsluitend bezorgd om het belang van Duitsland en niet van het bezette gebied. De bevolking verafschuwde de Duitsers.

Eind november 1914 kwamen de leden van de Antwerpse Groeningherwacht voor het eerst weer samen. Borms verwekte er sensatie door het voorlezen van een brief van een Merksemse oorlogsvrijwilliger, die beschreef hoe de Vlaamse soldaten in het Belgische leger vernederd en onrechtvaardig behandeld werden, omdat ze Vlamingen waren.Minstens 80 % der soldaten aan het IJzerfront waren Vlamingen, maar zeker 90 % van de officieren waren Walen ! Naar aanleiding hiervan publiceerde Borms een artikel in Het Handelsblad", waarin hij onder meer schreef :"...wij hebben ons naar het ordewoord gedragen, maar waar de tegenstanders van 't Vlaamse Volk voortgaan met ons in den vreemde aan te vallen en wapens te smeden tegen ons volksbestaan, daar moet elk oprecht Vlaming het als een plicht aanzien die pogingen te verijdelen en ons te waarschuwen ." De Vlaamse strijder vreesde inderdaad dat de oorlog de fransgezindheid zou versterken. De uitlatingen in de Franstalige pers wezen bovendien in die richting.                                   Borms - Verschaeve

Op die manier begon voor August Borms het Aktivisme en werd hij een aktivist, dit in tegenstelling tot de passieven :  Vlaamsgezinden (de meerderheid) die meenden dat er onder de Duitse bezetting niet aan Vlaamse Beweging mocht gedaan worden. Voor Borms bleef echter: "Noch Fransch, noch Duitsch, alleen Vlaamsch". Dit parool zou ook tijdens de Tweede Wereldoorlog voor hem gelden.

Borms keek scherp toe. Geregeld ontving hij van Vlaamse soldaten klachtbrieven over de fransdolheid aan het front. Dadelijk kwam hij in het geweer tegen de verkondigers van "la Belgique sera latine ou elle ne sera pas". Op 23 januari 1915 klonk dan ook zijn waarschuwing in Het Handelsblad: het Vlaamse besef moet wakker geschud worden. Borms nam de verdediging op van de wegens hun Vlaamse houding bestrafte leraars Anton Jacob en René de Clercq en werd in juni 1915 met Raf VerhuIst hoofdredacteur van Het Vlaamsche Nieuws. Hij werd hiervoor sterk gelaakt door zijn studieprefect, die de 'Duitse' overheid voorstelde hem uit de dienst te verwijderen.

Borms werd nu de verdediger van het aktivisme, dat een samenwerking met de bezetter nastreefde om de Vlaamse eisen te verwezenlijken. Hij werd er de felle propagandist en de leidende figuur van. Naast de 4 reizen naar de krijgsgevangenkampen in Duitsland telde men van hem, vanaf 18 april 1915, niet minder dan 97 spreekbeurten. Hij ijverde nu, zoals voorheen, voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit, voor bestuurlijke scheiding en voor politieke zelfstandigheid. Hij was lid van de Raad van Vlaanderen, van de Commissie van Gevol­machtigden, van de Commissie van Zaakgelastigden en bleef de bindende persoonlijkheid, wanneer geschillen oprezen over doel en tactiek van de beweging. Hij was echter geen nuchtere politicus, maar was en bleef de romanticus, de idealist. En altijd luidde zijn standpunt: "Fransch noch Duitsch, alleen Vlaamsch."

Bij de terugtocht van de Duitse troepen in november 1918 bracht hij zijn familie in veiligheid en keerde met zijn vrouw terug naar Brussel. Hij leefde er een tijd ondergedoken, maar werd op 8 februari 1919 door de opsporingsdiensten verrast bij het verzenden van propagandaschriften. Hij werd gearresteerd onder beschuldiging dat hij de Belgische wetten had overtreden door de uitroeping van de zelfstandigheid van Vlaanderen. Tijdens zijn proces, dat van 2 tot 9 september 1919 duurde, viel vooral het pleidooi van Edmond van Dieren op. Ten gunste van Borms verschijnen mannen die in de Vlaamse Beweging een klinkende naam hebben : pater Callewaert die tijdens de oorlog in Engeland verbleef, frontalmoezenier Jan Bernaerts die op het slagveld door Koning Albert werd gedekoreerd, de Brabantse onderwijzer Staf De Clercq, een oud-strijder, en ook kapelaan Cyriel Verschaeve, die heel de oorlog in Alveringem woonde, achter het front. Verschaeve zegt onder meer :"Verraad wordt gepleegd in het hart en zulks geschiedt in de regel door het verkopen van die hogere liefde voor een mindere, door het opofferen en verkopen van die hogere liefde om geld en om zaken die niets waard zijn. Kan men van iemand zeggen dat hij om idealistische redenen gehandeld heeft, dan kan men, wil men binnen het spraakgebruik en binnen de kring der lopende denkbeelden onder de mensen blijven, die mens niet verrader noemen". Ook andere oud-strijders zoals Adiel Debeuckelaere en politieke gevangenen in Duitsland spreken ten gunste van Borms.

Toch werd August Borms ter dood veroordeeld, maar de straf werd omgezet in levenslange hechtenis. Geen tijdgenoot ontkwam aan de indruk dat dit doodvonnis, dank zij de agressieve verdediging van Borms, het vonnis was geworden van het belgische systeem. 'Ik zou Vlaanderen redden, al was 't met de duivel', waren profetische woorden uit zijn verdediging. Hij wilde de triomf van Vlaanderen of 'eerlijk sneven op de barricade'. Zijn antwoord op het doodvonnis klonk: "Leve Vlaanderen! Vliegt de Blauwvoet!", waarop de tribune antwoordde: "Storm op zee!"

Ook in de gevangenis te Leuven -in de beruchte cel 310 -bleef Borms ijveren voorVlaanderen. In 1921 wees hij een vrijlating, op voorwaarde van politieke non-activiteit, van de hand. Émile Vandervelde, die toen minister van Justitie was, bezocht hem in zijn cel en noemde de gevangenschap "un incident dans votre carriere politique".

Bij de Antwerpse tussentijdse verkiezingen van december 1928 werd de gevangen Borms, als kandidaat van 'Het. Vlaamsche Front', tot volksvertegenwoordiger verkozen, met 83058 stemmen (tegen 44410 voor zijn liberale tegenkandidaat P. Baelde). De Kamer verklaarde de verkiezing echter ongeldig en Baelde werd volksvertegenwoordiger. "De Bormsverkiezing was beslist geen uiting van Vlaams-nationaal bewustzijn en zeker en vast geen betuiging van solidariteit met. de gedachte van Borms, maar ze was wel, in de meest Vlaamse stad, de uiting van een diepe ontevredenheid die zich sedert jaren had opgestapeld tegen de anti-Vlaamse politiek van de Brusselse machthebbers." (H.J. Elias)

Verkiezingspamflet

Men zal steeds blijven spreken over de "83.000 stemmen voor Borms" . Men verliest daarbij uit het oog dat daarenboven nog ruim 9.000 mensen voor Borms en amnestie gestemd hadden. Hun stem was echter ongeldig omdat zij uit pure geestdrift nog eens "Leve Borms" of "Borms Vrij" op hun stembrief geschreven hadden. Ook waren er die een kopstem gaven aan de Bormslijst en daarnaast ook nog achter de naam Borms stemden, waardoor de uitgebrachte stem ongeldig was.

De belgische pers schreeuwde moord en brand. "In Antwerpen zijn er 44.000 belgen, 83.000 moffen en 53.000 lafaards" (La Gazette), "83.000 kaakslagen aan belgië"  (La Nation Belge). "83.000 verraders...'t is teveel voor één stad..." zucht Pourqoi Pas ?. Of zoals minister Jaspar het in zijn bureau uitschreeuwde :" 80.000 voyous te Antwerpen !"

De Tweede Wereldoorlog

Op 15 januari 1929 werd de "uitdovingswet" , een amnestiewet, aangenomen door de Senaat.
Borms wordt op 17 januari, twee dagen vóór de publikatie van de amnestiewet, en nog vóór de tekst door de koning werd ondertekend, in vrijheid gesteld. Zijn rondreis door Vlaanderen werd een ware triomftocht.Voor hem begon nu een nieuwe fase in de strijd. Als voorheen was hij de "klok van Vlaanderen". Hij wilde, boven de politieke partijen, ijveren voor de Vlaams-nationale gedachte, Vlaamse mensen bundelen en streven naar Vlaamse eenheid. In 1931 werd, onder zijn voorzitterschap, de derde Raad van Vlaanderen opgericht, bedoeld als een overkoepelend lichaam in het hopeloos verdeelde Vlaams-nationalisme. De Raad bleek echter dadelijk onmachtig om werkelijk leiding te geven. Pas in 1937 komt er echte - en bijna algemene - amnestie.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd Borms, in de nacht van 9 op 10 mei 1940, zonder vonnis, wat in strijd is met alle rechtsvormen, aangehouden op bevel van auditeur-generaal Ganshof Van Der Meersch en in de beruchte "spooktreinen" naar een Frans interneringskamp weggevoerd. Na de capitulatie van het Franse leger werden de gevangenen door de Duitsers bevrijd en Borms was op 11 juli 1940 terug in Antwerpen. Dit was het begin van een nieuwe fase in de strijd.

Borms op het VNZ 1938

Bij hem geen haat, noch wraakgevoelens, maar hernieuwde inzet voor Vlaanderen. Ook nu was hij voorstander van een strijd, steunend op de hulp van de bezetter, maar hij koos geen partij tussen de verschillende stromingen. Hij nam de leiding van de Commissie tot Uitvoering van de Herstelverordening van 6 september 1940, ook Bormscommissie genaamd, opgericht om schadevergoeding en eerherstel toe te kennen aan aktivisten uit de Eerste Wereldoorlog.

Naar aanleiding van een huldiging van zijn oude en trouwe vriend Raf VerhuIst, richtte Borms tot de Duitse burgerlijke overheid deze wijze woorden: "Wij zullen altijd Vlamingen blijven... Men poge niet van ons Duitschers te maken. Wij zouden slechte Duitschers en halve Germanen zijn."

In september 1944 verliet Borms het land -na een zeer zwaar auto­ongeval, dat hem blijvend verminkte -, vestigde zich te midden van gevluchte strijdgenoten in Duitsland, was er lid van de 'Vlaamsche Landsleiding' en bleef er ook na de ineenstorting van het Derde Rijk. In juli 1945 werd hij, met zijn vrouw, in een ziekenhuis van Berlijn opgenomen. Hier werden zij samen op 28 augustus 1945 opgehaald en 's anderendaags naar het Belgische bezettingsgebied in Westfalen vervoerd, waar zij in hechtenis werden genomen en nog dezelfde dag naar de gevangenis te Vorst bij Brussel werden overgebracht. Midden oktober 1945 begon het proces voor de Krijgsraad.

Borms gaat gebogen  en steunt op twee stokken. Hij was eerst van zins geweest geen verzet aan te tekenen tegen zijn veroordeling bij verstek, maar advokaat Carlos De Baeck kon hem op andere gedachten brengen. Verdedigen betekent voor Borms echter niet verzachtende omstandigheden pleiten. Integendeel, hij verklaart onder andere dat hij het Aktivisme niet betreurt. Zware feiten kan men Borms niet ten laste leggen. Hij is zeker geen oorlogsmisdadiger. De gebruikelijke beschuldiging "verklikking" voert men tegen hem zelfs niet aan. Heette hij niet Borms hij zou er met enkele jaren gevangenisstraf vanaf zijn gekomen. Men heeft hem gevraagd of hij belgië als zijn vaderland beschouwde. "Nee" zei hij "ik wete dat het mijn leven kan kosten, maar na al wat er gebeurd is, kan ik niet anders meer dan spreken." Tot slot zegt hij : "Ik vraag dagelijks aan de Voorzienigheid mij de kracht te geven te sterven zoals Andreas Hofer, Jopie Fourie en de Brigands van 1798, en mijn levensoffer te laten ten goede komen aan mijn vaderland Vlaanderen, aan het toekomstige Dietsland !"  Dan verlaat hij de zaal, nog vóór het einde van het geding, gevolgd door zijn verdediger.

De oud-aktivist Dr. Med. Gustaaf Doussy tracht dan voor Borms genade te bekomen. Doussy heeft zich gedurende de tweede wereldoorlog afzijdig gehouden. Zijn zoon, door de Duitsers aangehouden stierf in het concentratiekamp Neuengamme. Borms had zich tevergeefs ingespannen voor die jonge man. Uit dankbaarheid vraagt de vader nu genade voor Borms, aan de Prins-Regent. Borms zou dat genadeverzoek echter moeten mee ondertekenen, wat hij weigert. Na aandringen van de Griffie van de gevangenis schrijft Borms dan op het document : "Ik verlang geen genade" en ondertekent het.

Kort daarna volgde het vonnis: de doodstraf. Dit werd door het Krijgshof bevestigd op 4 januari 1946.

Op 11 april 1946 schrijft Borms dan zijn laatste brief aan zijn vrouw. De brief eindigt met de woorden :  "....Mijn kruisweg valt samen met de Passietijd waarop de Verrijzenis volgt. Mocht ik weldra in Gods schone Hemel opgenomen worden en vandaar uit, verenigd met al de dierbaren die reeds de eeuwige zaligheid genieten, over u, Liefste Rientje, over onze kinderen en kleinkinderen en over al onze verwanten en strijdgenoten waken. Leef nog lang en gelukkig, Liefste Rientje en ontvang van verre mijn laatste zoen. Leve Vlaanderen."

Tot advokaat De Baeck zegt Borms "Ik heb de dood niet gewenst. Ik had graag nog langer geleefd maar ik zal moedig sterven. Ik heb gedaan wat ik wist mijn plicht te zijn, en mocht ik kunnen herbeginnen, ik zou hetzelfde doen en opnieuw mijn leven in dienst stellen van mijn volk en land."

Hij wenst zijn familieleden niet meer te ontmoeten. "Ik heb een schone zon voor mijn laatste wandeling" zegt hij die morgen van 12 april 1946. Met zijn stokken strompelt hij naar de paal. Hij luistert aandachtig naar wat de priester hem zegt, en luistert dan naar het vonnis. Hij kijkt naar de lucht, naar de wolkjes, doet zijn overjas uit, geeft zijn hoed en knijpbril af, steunt op de twee stokken met de linkerhand, heft de rechterarm op en roept : "In houwe trouwe, u, Vlaanderen, tot de dood !"  Hij geeft zijn trouwring en leeuwespeldje aan advokaat De Baeck en drukt hem de hand. Twee mannen binden hem vast aan de paal. Hulpeloos hangt hij in de touwen maar kan toch het hoofd rechthouden. "Geen blinddoek, geen blinddoek" roept hij. De generaal van de rijkswacht  protesteert, maar dank zij auditeur Tulkens zal Borms gefusilleerd worden zonder blinddoek.

Hij richt zich nog eens op, met de inspanning van alle krachten, en roept "Dietsland houzee !"  Zijn voeten glijden weg en hulpeloos hangt hij weer in de touwen. Dan knalt het salvo. De gendarmen hebben 'goed' geschoten : Borms is op slag dood.

Graf August Borms

 

"Gij zijt mij vreemd geweest, vermetele oude vriend,
maar dat gij Neerlands vaan manmoedig hebt gediend,
dat weet ik niettemin zoals 't eenieder weet
die nu, in dit ons land, zijn brood en schande eet.

Voor rechters-soldeniers, beroepen door de Staat,
is het U dan vergaan zoals het dapperen gaat,
En de Regent keek toe, stilzwijgend , onverstoord,
maar nam zijn pen niet op voor 't schrijven van één woord.

Uw gratie lag gereed voor 't buigen van uw nek
voor 't beven van uw lip, voor 't eten van uw drek.
Goddank, gij hebt dat tuig misprijzend genegeerd
en noch uw dierbaar Volk, noch uwe naam onteerd.

Dat kon, dat wilde of dorst men niet verstaan.
Men riep het peloton en 't peloton trad aan.
Maar dat het salvo, dat finaal is losgebrand,
ons allen heeft geraakt, dat voelt heel Vlaanderland.

En dat geen enkele stem tot u is opgegaan
toen ieder in zijn geest u voor die muur zag staan.
De Paus heeft niet geroerd, wij zwegen stil
als was die snode daad des Heren eigen wil.

Eenieder zwoer bij God : 'Ik heb hem niet gekend,
die oude door de pest geslagen krukkenvent'.
O lafheid ongehoord, o niet te delgen schand,
waarvan 't infame merk ons op het voorhoofd brandt.

Nog glom een laatste sprak : Oranje's vrome telg
verheft des Zwijgers stem en schut die stoere Belg.
Uw moed, helaas, drong niet tot in de troonzaal door,
wie eenmaal is gedoemd vindt nergens nog gehoor.

Al werd uw oude romp in allerijl vermoord
de echo van uw stem wordt door geen schot gesmoord.
En wat van u resteert wordt éénmaal, naar de wet
van Vlaanderens eergevoel, met staatsie bijgezet.

Voorop de Kardinaal, gedost in vol ornaat,
herzegend en verkist zijt gij zijn kameraad ?
Hij zal, na 't eersaluut, liturgisch henengaan
en zo heeft dan het land, posthuum zijn plicht gedaan.

Opdracht :

Gij dacht, o lijdzaam volk, dat 't gruwelijk getij
der oude tyrannie voor immer was voorbij,
Weet nu dan dat uw stem door niemand wordt aanhoord
zolang gij stamelend bidt of bedelt bij de poort.

 

Willem Elsschot  Antwerpen 1947


 

Borgerhouts Mannenkoor : "Omdat ik Vlaming ben"  

 

Bronnen en Afbeeldingen

"Trouw" door Arthur de Bruyne uitgegeven door West Pockets (De Nederlanden) D/1973/0761/1
"Twintig eeuwen Vlaanderen"  Prof. Dr. Rob. Van Roosbroeck
"Trouw tot der dood"   Borms 1878-1978 B.D.A.C. Antwerpen  D/1978/2808
"Borms gedicht" Willem Elsschot 1947