In de prille periode van de Vlaams
Nationale Partij (V.N.P.) schreef Karel Dillen in het toenmalige partijblaadje
(De Vlaams Nationalist) onder de tekst "Bloemen voor Eriksson"
het volgende : "Meer dan 25 jaar geleden, nog vóór Wim Maes, wanneer
wij herdenkingen inrichtten voor gevallen Vlaams-Nationale leiders, wanneer de
eerste openbare meetings voor Amnestie ingericht werden, kon dit gebeuren omdat
de toenmalige V.M.O. ons beschermde tegen de terreur van de straat, tegen het
geweld van de communisten, socialisten, resistentialisten. Bij die
militantenploeg behoorde destijds reeds Bert Eriksson".
Het
is inderdaad in die periode dat het verhaal - Bert Eriksson - begint. We
schrijven 1945. De Vlaamse beweging lag lamgeslagen. Duizenden werden
opgesloten in kampen en gevangenissen, velen in ballingschap, tientallen
terechtgesteld. Het was een tijd dat er niet al te veel waren die zich
"Vlaming" durfden noemen. Er was bijna geen straat die ontsnapte aan
de terreur. Bert Eriksson was 13 toen twee mannen met armbanden en geweren hem
kwamen ophalen. Tussen die twee ging het te voet naar de Brederodestraat, naar
het hoofdkwartier van de weerstand. Een klein ventje tussen twee
volwassenen met geladen geweren !
De
ganse dag heeft hij daar gezeten. Onder het gejoel en gekrijs van het gepeupel
werden de "zwarten" binnengebracht, de meesten mishandeld; vrouwen
werden kaalgeschoren, onteerd, buiten op straat klonk een ten hemel schreiend
gejoel telkens een "zwarte" werd binnengekeild. Hij moet er
uitgezien hebben als een klein angstig vogeltje dat niet begreep waarom al die
mensen zo wreed konden zijn. 's Avonds werd hij door een vrouwelijke
weerstander (uit medelijden) weer naar huis gestuurd.
In
1943 was Bert Eriksson lid geweest van de Hitlerjeugd-Vlaanderen, net zoals
bvb André Leysen, Hugo Schiltz....Toen in 1949 de Vlaamse politiek terug haar
intrede deed met de "Vlaamse Concentratie" was er weer hoop voor
vele tienduizenden. En Bert Eriksson trok mee de boer op, meestal uitgejouwd en
bespuwd, om bij nacht en ontij te kalken of te plakken. "Amnestie"
was zijn strijdleuze, de "Vlaamse Concentratie" zijn partij. Maar
ook toen reeds staken de "intellectuele-Dietsers-met pijpen" de kop op,
die zegden wat hij moest doen of niet mocht doen. Bert Eriksson zag dan ook
meer heil in de Stormafdeling (S.A.) van Fons Rongé.
In
de jaren 1950-51 kregen velen het oproepingsbevel om naar het belgisch leger
te gaan. Aangezien Bert Eriksson's wieg in de Finse Äland-archipel stond, was
hij vrij van legerdienst. Groepen, kernen, handbalploegen vielen uiteen,
ransels, broodzakken en runen werden in kasladen opgeborgen en zouden nadien
door de meeste niet meer worden bovengehaald, erger, velen zouden naar de
stal niet meer terugkeren.
Voor
Bert Eriksson was zijn jeugd, de oorlogsjeugd, een harde maar mooie tijd. Het
was een tijd waar hij en anderen, de straat moesten vrijvechten voor de eerste
povere uitingen van het Vlaams-Nationaal bewegingsleven. Zij moesten de
bijeenkomsten van de "Vrouwenbeweging voor Amnestie" beschermen,
stonden dag en nacht in de bres om te plakken, te schilderen en te knokken. De
weg voor Vlaanderens stem moest letterlijk worden vrijgevochten. Maar in de
jaren 1950-51 waren ook voor Bert Eriksson de wilde jaren voorbij. Hij
voelde zich "eenzaam", liet zich tot "belg" naturaliseren
en trok naar de Commandotroepen; en vandaar naar Korea. Intussen
was in Brussel, onder impuls van Bob Maes (zie biografie op deze site) de
Vlaamse Militanten Organisatie (V.M.O.) opgericht, en dit in 1949-1950. Later,
in 1954, gevolgd door de gewestelijke oprichting in Antwerpen, waar Wim Maes
weldra leider zou worden. Het was in den beginne een onsamenhangend zootje en
de activiteiten waren zeer plaatselijk. Bob Maes in het Brusselse, Kamiel Van
Damme in het Gentse en in Antwerpen enkele groepjes. In 1954-1955 kwam er voor
Bert Eriksson, tot dan bij de Commandotroepen verandering in. Hij keerde terug
uit Korea en sloot zich aan bij de V.M.O. groep Antwerpen.
V.M.O.
optocht - links Bert Eriksson, rechts Kamiel Van Damme
De
"Vlaamse Concentratie" was inmiddels over de kling gejaagd en
vervangen door de christelijke "Volksunie". Samen met de V.M.O. zou
Bert Eriksson jarenlang instaan voor het kalk- en plakwerk, colportages en
ordediensten van de Volksunie. En nadat die V.M.O. de straten had
schoongeveegd werd voor de inmiddels "salonfähige" partij die de
Volksunie was geworden, de rode loper uitgelegd. "Amnestie" was niet
langer aan de orde, en de afstand tussen de Volksunie en de V.M.O. werd
alsmaar groter. Hugo Schiltz verbood op zeker moment het grijze hemd van de
V.M.O. militanten...er werd gemopperd. Schiltz verbood dan het dragen van het
V.M.O. kenteken...er werd nog meer gemopperd. Het moest V.U.M. worden
(Volksunie militant). Het werd V.U.M. Enkel Kamiel Van Damme negeerde die
richtlijn. De Volksunie ging de linkse toer op en Bob Maes werd beloond met
een senaatszetel. Toen ging de Volksunie de volledige linkse toer op met de
VUJO-jongeren. De V.M.O. in Antwerpen, intussen onder Wim Maes, en met Bert
Eriksson in zijn rangen, distantieerde zich ook van de Volksunie.
En
toen, in 1968, overleed onverwachts Wim Maes. Achtereenvolgens trachtten Bruno
Bruyninckx, Jeroen De Bois, Wim Verreycken, Luc Vermeulen en Bert Eriksson de leemte zo goed als mogelijk op te vullen. Er was nog even de
"Slag om Stekene" (Erepark Sint Maartensfonds), maar dan was het
gedaan. Bob Maes, intussen opgeklommen in de hiërarchie van de Volksunie,
ontbond in 1971 de V.M.O.
Kort
na de ontbinding kwam Bert Eriksson samen met een twintigtal getrouwen om te
zien of de V.M.O. heropgericht kon worden. Er was verwarring alom. Maar Bert
Eriksson zou trachten de uiteengeslagen V.M.O. terug aaneen te lijmen. Maar
dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Plots werd door "'t
Pallieterke" Wim Maes als heilige verheven, en Bert Eriksson en de enkele
volgelingen werden verguisd en werden het mikpunt van laster. De criticasters hebben
toen de termen "oude" en "nieuwe" V.M.O. bedacht. Hugo
Schiltz noemde Eriksson en de zijnen "wandluizen" !
De
IJzerbedevaart stond voor de deur, en Bert Eriksson, die inmiddels het
voortouw had genomen van die paar tientallen getrouwen wist niet wat te doen.
Er was geen geld, er waren geen vaandels, geen muziekinstrumenten...er was niets !
Zelfs het aantal V.M.O. leden was Eriksson onbekend. Zo goed als mogelijk
begon hij en de kameraden rond te bellen, rond te schrijven, en militanten op
te roepen om op de dag van de IJzerbedevaart te verzamelen aan het
IJzerbedevaartsecretariaat, liefst in grijs uniform. Eriksson wou die dag
opmarcheren en rekende op 50 man. Bewuste ochtend werden het er 60.., 70...80
! Allen in uniform en keurig opgesteld. De B.O.B. (belgische opsporings
brigade) verbood Bert Eriksson op te stappen tot aan het Vlaams Huis. Maar Eriksson zou hoe dan ook opstappen....
en kreeg toelating ! Tot aan het Vlaams
Huis. "Maar geen stap verder" klonk het.
De
triomf van Eriksson was groot. Langs alle kanten klonk er applaus. Hier en
daar werd geld toegestoken, werden bloemen geworpen. Enkele dagen later kwam
hij samen met enkele mensen uit West- en Oost-Vlaanderen, Brabant en Limburg
om te braadslagen hoe de V.M.O. kon gereorganiseerd worden. De "Vlaamse
Militanten Organisatie" werd "Vlaamse Militanten Orde", in de
plaats van het provinciekenteken op de mouw kwam het leeuwenschild en het
koperen slot maakte plaats voor een nikkelen koppelslot met de ODAL-rune.
de
Odal rune werd het symbool van de V.M.O.
Er
kwam een Raad, elke provincie kreeg een plaats in de Leiding, er kwamen
gouwen, kernen en cellen. En er kwamen nieuwe problemen die moesten bestreden
worden : drugs, gastarbeiders, de linkse ondermijning. Stilaan groeide de
groep. er kwamen vaandels, een maandblad (Alarm) en kerels en knapen kwamen de
rangen van de V.M.O. onder Eriksson vervullen. Sommigen voor lange, sommigen
voor korte tijd. Er waren idealisten, meelopers, en af en toe een Judas (lees
"staatsveiligheid") of een mol. Er werden instrumenten aangekocht, kortom Bert
Eriksson had de V.M.O. opnieuw op de sporen gezet. De
"intellectuelen" namen afstand van Bert Eriksson en de V.M.O. Een
medewerker van 't Pallieterke formuleerde het zo : "stouter, driester,
gewelddadiger, baldadiger, geen ideeën, charlatans, vechtersbazen...",
naamloos uiteraard ! Dat de Vlaamse Beweging na 160 jaar springlevend is, dankt ze
grotendeels aan Bert Eriksson en "zijn" V.M.O. ! Was Bert
Eriksson een ketter toen hij stelde dat de doorsnee Vlaming een "lamme
goedzak is " ?
Terwijl
de "Dietsers-met-pijpen" de ene rondetafelbijeenkomst na de andere
organiseerden, brachten leden van de V.M.O. van Bert Eriksson Cyriel
Verschaeve (zie verder op deze webstek) terug naar Vlaanderen. Een deel van de
Vlaamse Beweging zag dit als een soort grafschennis omdat Verschaeve eervol
begraven lag in Solbad Hall. Anderen zagen deze aktie als een terechte
voltooing van Verschaeves laatste wil om begraven te worden in Vlaanderen.
Toen de geschonden en onteerde resten van Staf De Clercq werden opgegraven en
hij een eervolle begrafenis kreeg (zie verder op deze webstek) steeg echter
het respect voor de V.M.O. zienderogen en bekwam Bert Eriksson ook meer en
meer steun vanuit de doorsnee Vlaamse Beweging. Vlaamse voormannen als
Ward Hermans, Jef François, Edgar Delvo, Rik De Ghein, Jan
Brans en Karel Dillen, en zelfs voormalig REX-leider Léon Degrelle, schaarden zich achter deze "knokkers"
en "charlatans" van Bert Eriksson. Toen al waagde Bert
Eriksson het een betoging te organiseren tegen de "gastarbeiders".
Wat vandaag, zovele decennia later inderdaad een probleem zou blijken te zijn,
niet enkel voor Vlaanderen, maar voor gans Europa.
In
1979 slaagde Bert Eriksson erin om samen met een 100-tal militanten de
militaire afgrendeling van de Voerstreek te doorbreken en de
"dodenstrook" van de Voerstreek binnen te dringen (zie onder akties)
. Meer dan 100 militanten werden aangehouden maar daags nadien telde de V.M.O. van
Bert Eriksson duizenden sympathisanten. Deze actie was echter meteen ook het
begin van het einde. Op basis van vooroorlogse wetteksten werd de V.M.O. verboden, en kreeg
Bert Eriksson een effectieve gevangenisstraf van 1 jaar. Een 40-tal
andere militanten deelden in de klappen. Het
"monsterproces" (zie verder op deze webstek) maakte een definitief
einde aan de V.M.O. De spits van de Vlaamse Beweging werd monddood gemaakt. Er
volgde een grote leegte in de radicale Vlaamsnationale strijdende beweging. In 1980, n.a.v. van het 150 jarig bestaan van de onstaat
"belgië" gaf Bert Eriksson een persconferentie in het I.P.C.
(International Pers Centrum) te Brussel, althans dat was de bedoeling, want de
"belgische" democraten beslisten er anders over en sloegen de boel
kort en klein. Van vrije meningsuiting gesproken. Inderhaast en onder
rijkswachtbescherming werd dan toch nog een geïmproviseerde persconferentie
gegeven.
Persconferentie
IPC (1980)
Bert Eriksson trachtte begin de jaren 80 de V.M.O. nieuw
leven in te blazen, maar dit mislukte. Kaas- en wijnavonden hadden de plaats
ingenomen van de V.M.O.
Bert
Eriksson, bleef ook nadien nog zijn ideaal trouw en was een gewaardeerd
spreker op bijeenkomsten van radicale nationalisten. Tot het einde bleven zijn
militanten hem trouw. Zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen bleven Eriksson
door dik en dun steunen.
Bert
Eriksson en echtgenote gevierd in Lokaal Odal (1984)
En
zoals Bert Eriksson het zelf zegde : "Eén zaak koester ik als een
kleinood : mijn levenslange vechten met open vizier ! Dit kan niet van elke
Vlaams-Nationalist gezegd worden. Dit is waarschijnlijk waarom men mij de
meest omstreden figuur noemt in de rechts-radicale kamp in Vlaanderen."
Bert
Eriksson verhuisde dan van het geuzennest Antwerpen naar het uiterst rustige Westdorpe in
Zeeuws-Vlaanderen, waar hij op 2
oktober 2005, na een slepende longziekte in huiselijke kring overleed. Zijn
herdenkingsdienst bracht voor de laatste maal honderden oud-militanten en
sympathisanten op de been.
"Bert,
de militanten van de V.M.O. groeten, danken en eren U !"
Bidprentje
Bert Eriksson
Op 8/9/07 werd in Deurne de biografie
voorgesteld van Bert Eriksson geschreven door zijn kleinzoon Sven.
Dit
boek kan verkregen worden door overschrijving van €19,95 + €2,6
(postkosten Vlaanderen) of +€6 (postkosten buitenland) op
volgend rekeningnummer : Sven Eriksson 320-0702908-19, met vermelding
"Vlaanderen, mijn land + naam + adres".
Eén van de meest
gezongen Vlaamse liederen, naast het V.M.O. lied, dat onder het
leiderschap van Bert Eriksson werd gezongen was wel "De
landsknechttrommen". Vooral omdat de V.M.O. militanten van het refrein een
eigen versie hadden gemaakt.
De
landsknechttrommen dreunen,
zij dreunen voor de strijd !
De landsknechttrommen dreunen,
de vendels staan bereid
Refrein
Rom ! Rom ! Rom ! Landsknechttrom,
voer ons ten strijd, wij zijn bereid (bis)
De
landsknechttrommen dreunen,
zij dreunen in de slag !
De landsknechttrommen dreunen,
als vuur waait onze vlag !
De landsknechttrommen dreunen,
zij dreunen in de dood !
De landsknechttrommen dreunen
het Vaderland wordt groot !
Beluister
dit lied in de originele versie :
De
V.M.O. zong het ingekleurde refrein als :
Rom ! Rom ! Rom ! Eriksson,
voer ons ten strijd wij zijn bereid (bis)
Bronnen "Van
de kust tot in de Voerstreek - VMO 1948-1983" ,aangepaste versie (met toevoeging van eigen ervaringen en
inzichten)
"De Vlaams Nationalist" Karel Dillen "Een
lied, drie, vier !" Jan Vincx Literatuur De
Vlaams Nationalist - Karel Dillen
Van de kust tot in de Voerstreek V.M.O. 1948-1983 - uitgegeven 1998
Fotos
en afbeeldingen "Van de kust tot in de Voerstreek"
"Privé archief" en archief Sven eriksson "Privé Archief " Cesaer Spitaels "De V.M.O. in beeld" Kamiel Van Damme