Ward Hermans

                Geboren in Turnhout op 6 februari 1897, overleden in Deurne op 23 november 1992.

 

 

 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog meldde hij zich als vrijwilliger aan in het belgisch leger. Teleurgesteld door de daar heersende taaltoestanden sloot hij zich aan bij de Frontbeweging. Als straf voor zijn flamingantische activiteiten werd hij overgeplaatst naar het houthakkerspeloton van de Orne in Normandië.

Na de oorlog engageerde Hermans zich in het Verbond van Vlaamse Oudstrijders, VOS en het Vlaamsche Front waarvoor hij in 1929 verkozen werd als volksvertegenwoordiger. In 1932 sloot hij zich aan bij het Verdinaso van Joris van Severen, maar werd er in 1934 reeds aan de deur gezet omdat hij zich niet neerlegde bij de Nieuwe Marsrichting. In 1936 trad hij toe tot het Vlaams Nationaal Verbond, nam via intriges en met financiële steun uit Nazi-Duitsland en van Carel Gerretson De Schelde, de Antwerpse Frontpartij-krant, over en werd in 1939 voor het VNV verkozen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Hij liet zich kennen als een antisemiet en raakte steeds meer in de ban van het Nationaal-Socialisme.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd Hermans door de belgische Staatsveiligheid aangehouden en met een zogenaamde spooktrein naar een Frans interneringskamp gedeporteerd. Enkele maanden na zijn terugkeer in belgië nam hij ontslag uit het VNV en richtte samen met René Lagrou de Algemeene-SS-Vlaanderen op.

In 1946 werd Hermans door de Krijgsraad van Mechelen bij verstek ter dood veroordeeld (+ 10 miljoen BEF schadevergoeding). Op 9 juli 1947 wordt hij - na beroep, aangetekend door Hermans - op tegenspraak, door de Krijgsraad van Mechelen, tot levenslange opsluiting veroordeeld (+ 10 miljoen BEF schadevergoeding). In 1949 wordt deze straf bevestigd - ditmaal na beroep van het auditoraat-generaal - voor het Krijgshof te Brussel. In 1955 kwam hij vervroegd vrij, o.a. op voorspraak van Kamiel Huysmans. Alhoewel zijn politieke rol toen was uitgespeeld bleef hij actief als publicist en dichter.

Werken :

  • Gedichten van Liefde en Strijd, 1919
  • Liederen bij nacht en bij dageraad, 1921
  • De geestelijke zwerftocht, 1922
  • Het treurspel voor recht en beschaving, 1923
  • Een woord aan de R.C. Vlaamsche Nationalisten met "Een open brief" aan zijn E. Cardinaal Mercier, 1924
  • Het bevolkingsvraagstuk in België, 1926
  • De deemstering der Europeesche beschaving, 1928
  • De Europeesche oriënteering van het Vlaamsche Nationalisme, 1928
  • Het Fransch-Belgisch geheim akkoord. Verweerschrift, 1929
  • Belgien vor dem Weltgericht, 1929
  • Wat is en wat wil het Vlaamsch nationalisme, 1931
  • Federaal Statuut en Groot- Nederland, 1931
  • De crisis in het Vlaamsch Nationalisme, 1933
  • Jodendom, marxisme en wereldheerschappij, 1933
  • Het zwartboek van de Belgische oorlogsgruwelen 1914-1918, 1934
  • Het Boek der Stoute Waarheden. West-Europeesche perspectieven, 1935
  • Jodendom en communisme zonder masker. Nog stoute waarheden, 1936
  • Van Eger tot Jasina. 100 dagen in Tsjecho-Slowakije, 1938
  • Le Vernet d'Ariège. Van het Belgisch Parlement naar het Fransch concentratiekamp, 1940
  • Deutsch flämische, Vlaamsch-Duitsche Harmonie, 1943
  • Liederen voor mijn volk, 1944
  • Jan van Gent, 1962
  • Poëzie achter tralies, 1964
  • Het land van Onan Cyclopië, 1964
  • Socratische gesprekken. De ondergang van het Westers burgerdom, 1964
  • Waarom het echt onmogelijk was, 1971

 

 

Post Scriptum bij de Europa-Ballade" (1949-1951)

Spreek mij van 't eigen land! Noem één volk in Europa,
welks wezen zo misacht, geschonden, geschoffeerd!
Eén meerderheid die men als minderheid regeert!
Noem mij één tweede volk in gans beschaafd Europa!
Noem mij één volk welks taalgrens reeds tien eeuwen
Onaangetast bestond - doch thans geschonden werd...
In minder dan een eeuw vertrapt men Brabants' hert,
Waar ieder ander volk "Te Wapen" zou voor schreeuwen!
Wij bloeden tweemaal reeds om grenzen van de Staat
Die amper honderd jaar! Doch dàt wat God gegeven,
De grenzen van ons bloed! De grenzen van ons leven!
Die worden neergetrapt - en Vlaanderen vergaat!
Al wie de strijd gestreên met méér dan lege woorden
En om het volksbestaan zijn leven ingezet,
Ontnam men àlles! - zelfs in naam nog van de Wet,
Of liet men, kort en goed, genadeloos vermoorden!
Noem mij één tweede volk in één beschaafd gewest!
Eén tweede volk in gans Europa!
En daarom bloedt het hart van al wie in 't verschiet
Dees dubbele ondergang als zinloos uitkomst ziet.

(16.1.1951)

 

St-Lutgardiskoor : "IJzerpsalm"    


Bronnen

"Wikipedia" - de vrije encyclopedie - Ward Hermans
"Uitgegeven werken" van Ward Hermans
"Erik Verstraeten" blogspot