Operatie Brevier

 

Voorgeschiedenis

Cyriel Verschaeve (°Ardooie 30-4-1874 en †Solbad Hall 8-11-1949)

Als scholier en tijdens zijn theologische opleiding ontdekt Verschaeve de katholieke Vlaamse studentenbeweging en Albrecht Rodenbach. Als leraar wordt hij tweemaal naar Duitsland gestuurd. De basis voor zijn romantische pan-Germanisme is gelegd.

In 1908 poneert hij de cultuurpolitieke eenheid van Vlaanderen, Nederland en Zuid-Afrika. Daaraan koppelt hij een uitgesproken anti-Belgische houding. Verschaeve gaat de Eerste Wereldoorlog in als een van de grote Vlaamsgezinde katholieke leiders. Zijn kapelanij te Alveringem (achter het front) wordt een ontmoetingsplaats voor vele jonge Vlaamse soldaten. Zijn geschriften waarin hij zich bekent tot een radicaal nationalisme circuleren aan het front. Hij pleit voor een afwachtende houding tegenover het activisme en voor zelfbestuur voor Vlaanderen.

Na de oorlog zet hij zich bij de parlementsverkiezingen van 1919 en 1921, ondanks de afkeuring van zijn oversten, daadwerkelijk in voor de Frontpartij. De bisschoppelijke veroordeling van het Vlaams-nationalisme in 1925 betreft in grote mate Verschaeve. Hij radicaliseert nog meer in anti-Belgische zin.

In de tweede helft van de jaren 1920 begint zijn toenadering tot Van Severen. Verschaeve verwacht niets meer van democratische verkiezingen, droomt luidop van eigen milities en schaart zich in oktober 1931 achter het Verdinaso. Zodra het conflict uitbreekt over de nieuwe, belgicistische marsrichting van het Verdinaso, haakt hij teleurgesteld af. Zijn positie als Vlaams leidersfiguur is aangetast. Hij raakt langzaam in nationaal-socialistisch vaarwater.  

 

UIt het "Mis- en gebedenboek van den Vlaamschen soldaat" Joe English

Bij de Duitse inval gelooft Verschaeve dat "Het Uur van Vlaanderen" is aangebroken. Hij collaboreert volop en raakt geassocieerd met de radicale Groot-Duitse beweging (DeVlag en de SS). Als overtuigd anticommunist kiest hij onvoorwaardelijk en tot het bittere einde de kant van de oostfrontstrijders. Na zijn vlucht naar Duitsland in augustus 1944 vindt hij eind april 1945 een onderkomen in Solbad Hall in Oostenrijk. De krijgsraad te Brugge veroordeelt hem in december 1946 bij verstek ter dood.

Naast zijn grote betekenis voor de Vlaamse Beweging schreef Verschaeve een breedvoerig en omvangrijk literair werk tezamen. In 1920 kreeg hij voor “Judas” en in 1937 voor “Elijah” de staatsprijs voor toneelletterkunde. Tweemaal werd door uitgeverij “Zeemeeuw” zijn verzameld werd uitgegeven. Voornamelijk de delen 7 en 8 van die laatste uitgave (1954-1961) bevatten veel teksten met betrekking tot de Vlaamse Beweging. Van 1970 tot 1994 verscheen “Verschaeviana”, een jaarboek, uitgegeven door het Jozef Lootensfonds, voor de studie van Verschaeve en tijdgenoten.

In 1973 werd het lijk van Verschaeve door leden van de Vlaamse Militanten Orde (VMO) te Solbad Hall ontgraven en naar Vlaanderen overgebracht. Het werd bijgezet in een grafkelder te Alveringem waar de VMO nog vele jaren een plechtigheid organiseerde. Tot op de dag van vandaag worden door Vlaamse militanten elk jaar bloemen neergelegd aan het graf.

(voor een uitgebreide biografie over Verschaeve verwijzen we naar de rubriek "Heldenhulde")

Wie doet wat hij kan
is een eerlijk man.
Ik ken mijzelf geen zending 
toe behalve deze :
te doen wat ik kan.

C. Verschaeve 1943

 

Solbad Hall bedevaartsoord graf Cyriel Verschaeve

In 1949 overleed Cyriel Verschaeve als banneling in het Oostenrijkse Solbad Hall. In het septembernummer van Broederband 1965 lezen we dit relaas van de jaarlijkse Verschaeve Hulde in Solbad Hall, geschreven door Arthur De Troyer.

Een druilerige 21 juli. Regenen, regenen en nog eens regenen ! Rond halftien komen ze samen aan Parkhotel; zij, dat zijn de moedige pelgrims uit het verre Vlaanderen, de nooit vermoeide vergrijsde strijders, de oude getrouwe Verschaeve-vereerders. Uit alle richtingen stromen ze toe, met tientallen, met honderden. Leeuwevaandels voorop, meer dan 20 bloemenkransen, het inrichtend komitee, de vele deelnemers, en...onder een plassende regen gaat het kerkwaarts. Dat in het verre Solbad Hall, 1100 km van huis, voor één mens, één banneling...Verschaeve. Triestig...maar schoon.

De kerk loopt vol, bomvol. Wies Pée laat het orgel onze Vlaamse godsdienstige en strijdliederen weerklinken. Druipnat zit daar die opeengepakte massa, biddend, mediterend. Nee, hier voelen we dat we ons nog kunnen uitleven, als kristen, als Vlaming. En dan de kanselrede, hoe pakkend ! Menig traan wordt dan weggepinkt. Pater Vanden Bussche, we danken u. Aan de offergang schijnt geen eind te komen ! En dan die honderden communies ! Neen, dat was hier niet meer aards, het was als verbleven we hierboven. En dat alles voor één mens, de banneling Verschaeve. Triestig....maar schoon.

 

Optocht Verschaeve herdenking in Solbad Hall

Onder de dreunende Vlaamse Leeuw en een Wilhelmus verlaten we de kerk, om ons onder de nog plassende regen rond het borstbeeld van Verschaeve te scharen. Ineengedoken, druipnat, staan we te luisteren naar het woord van burgemeester Schumacher. Hij, de verre Tiroler, belooft ons, namens zijn stad, dit borstbeeld steeds in ere te houden. In Verschaeve zullen ze steeds zien de Priester, de Denker, de Vrijheidsstrijder. Vlaanderen en Tirol voeren een zelfde moeilijke strijd. Namens de Vlaamse vrienden sprak dan de vergrijsde, de onvermoeibare nationalist, Ward Hermans.

Ward, uw rede was iets enigs. We zullen ze bewaren in onze harten. En stil, ineengekrompen, druipnat, staat daar die luisterende massa in de plassende regen. En dat alles voor die éné man, de priester, de denker, de banneling, Verschaeve. Triestig...maar schoon !

Vandaar gaat het kerkhofwaarts, naar het graf van Verschaeve. De Z.E.H. Deken van Solbad Hall bad een prachtig gebed voor Verschaeve, voor Vlaanderen, voor Tirol. Hierop volgde de hoogstaande, de ontroerende en enig mooie rede van Pater Pil. En wanneer dan Pater Dumon de armen uitstrekte om het graf en ons allen te zegenen, kwam het me voor als was het Verschaeve zelf die ons allen zegende en in een breed gebaar zijn armen zo wijd uitstrekte, als wilde hij ons allen onder zijn bescherminh nemen. In de woorden van Pater Dumon hoorden we als het ware Verschaeve zelf die ons luide toeriep : "Houd Moed ! Niet versagen ! Immer verder ! Ik ben met u ! Ik blijf bij u !"

Dan volgde de bloemenhulde; het graf werd herschapen in een ware bloemenzee. Tot slot klonk het ingetogen "Vaarwel mijn broeder" en een met trots en volle overtuiging gezongen "Vlaamse Leeuw". En wanneer deze door de Vlamingen verwelkte bloemen verwelkt zullen zijn, zullen Tiroolse vrienden bloemen brengen om te blijven herinneren aan de grote vrijheidsstrijder Cyriel Verschaeve, strijder voor Vlaanderen, vriend van Tirol, symbool voor alle kleine volkeren, die in dit één-wordende Europa strijden en strijden zullen blijven voor 't behoud van hun eigen volkswezen, voor de verovering van hun volkse eenheid en vrijheid.

     

Toespraak burgemeester Schumacher en bloemen op het graf van Verschaeve in Solbad Hall

Verschaeve getuigt (citaten uit het gelijknamige boek van Dirk Vansina)

Over de activisten : "Wij staan in voor onze, zij voor hunne daden. Wij kunnen echter niet dulden dat schimpend of zelfs maar misprijzend gesproken worde over Vlamingen in het bezette gebied, die in hun verleden en in de integriteit van hun leven voldoende waarborgen hebben geleverd. Wij groeten met eerbied en liefde al diegenen die om Vlaanderen's wil en met een zuiver geweten geleden hebben in hun eer of belang, en leggen hier de plechtige verklaring af niet te zullen gedogen dat een dreigende hand naar hen worde uitgestoken"

Over Vlaanderen in Europa. Al zag hij de plaats van Vlaanderen in een alles overkoepelend rijk, toch was hijzelf niet bereid zich bij een "Anschluss" neer te leggen. In briefwisseling verworp hij diverse malen uitdrukkelijk het idee van een "Anschluss". Zo ook op 13 februari 1943 : "Hij is ook een Anschlussman. Ik ook soms; voor 2 seconden, nooit voor drie...".

De laatste boodschap aan Vlaanderen. Ik zei hem : "Nu keer ik weer naar Vlaanderen. eens komt de dag dat ik uw laatste boodschap kan overmaken; wat zal ik dan zeggen ?". Hij dacht na. De vele rimpels op zijn voorhoofd stonden plots scherper gegrift; Ik had de indruk dat hij naar iets zocht en het niet kon vinden. Ik wou hem helpen en stelde voor : "zal ik zeggen dat, spijts alles, de Liefde overwint ? ". Geheel onverwacht kwam hij overeind; met ongemeen krachtige stem sprak hij, terwijl er een vlam kwam uit zijn donkere ogen :"Ik vraag Gerechtigheid". Uitgeput zonk hij neer. Ik knikte en antwoordde : "Ik zal voor u de gerechtigheid der Liefde vragen". Toen kwam er een glimlach op zijn lippen. De donkere gloed op zijn gelaat verhelderde. Het aangezicht nam de goudgele kleur aan die hem eigen was geworden, doch als doorlicht van een inwendig licht.

 

dodenmasker Cyriel Verschaeve

De begrafenis . Juffrouw Erhart verhaalt :" De begrafenis was zeer eenvoudig. Weinig mensen : goede vrienden die hem de laatste levensjaren wat verlicht hadden, en ook zijn uitgeefster, die van zoverre kwam en hier voor alles zorgde. Vlaanderen was hier tenminste in één enkel mens vertegenwoordigd !" 

Verschaeve's laatste groet en wens

"Dit is dan het einde. een grootsche droom is vergaan; een stoute toren, die zich trotsch ten hemel hief, is nedergestort. Vlaamsche soldaten, mijn geliefde Vlaamsche jongens, nog één keer, voor de laatsten keer wil ik u begroeten, nu de toekomst voor u zoo dreigend en zoo somber is. Mijn Vlaamsche soldaten ! Mannen van het Legioen ! Mannen van Langemarck ! Mannen van het Oostfront ! Vlaamsche soldaten.... Het is mijn Vlaamsche trots te weten, dat ik u zoo mag noemen. De nederlaag kan daar niets aan veranderen, zooals de overwinning daar niets zou aan veranderd hebben. Vlaamsche soldaten waart gij, en daar rijst de reuzenroem der Vlaamsche strijders voor juichende zang, den dood tegemoet alsof ze ter bruiloft snelde.......

Gij mijn Vlaamsche jongens, gij hebt voor dat Vaderland gestreden. Gij vocht tegen een beestachtige vernieler van al 't schoon en deugddoend leven, dat ge nergens zoo goed als in Vlaanderen vondt en voelde. Voor Vlaanderen vechten was voor uw liefde vechten, voor al wat liefde beteekent : een land, een huis, het uwe. En gij hebt verloren, en vielen er zoovelen van de onzen in de onmetelijke Russische steppen, ver van Vlaanderen, het was vóór Vlaanderen. Voor Vlaanderen zeg ik u !......

Hoe dikwijls in mijn reeds lang leven heb ik den droom gedroomd van in Vlaanderen te wonen, te leven te sterven, en in zijn grond te ruste te liggen ! Zal het gebeuren ? Ik ben zoo oud en Vlaanderen is zoo ver."

 

Cyriel Verschaeve tijdens één van zijn redevoeringen

En wat Vlaanderen niet kon, kon de V.M.O. ! Het uitvoeren van Verschaeve's laatste wens.

Operatie Brevier

Deze operatie, het terug naar Vlaanderen brengen van het stoffelijke overschot van Cyriel Verschaeve was een zeer complexe en niet zo voor de hand liggende aktie. Vooreerst waren er de lekken die de operatie vroegtijdig kenbaar maakten, maar daarnaast werd de aktie ook door flamingant Vlaanderen afgekeurd, niet begrepen. Vandaar dat we aan deze aktie uitgebreide aandacht besteden op deze pagina.

Plan en voorbereiding

Kerstavond 1972. Zoals elk jaar placht Bert Eriksson de Kerstwake door te brengen met familie en intieme vrienden. Al had die "wake" zoals bij ons allemaal weinig gemeen met wat onze voorouders ermee bedoelden. Schotels met overvloedige spijzen, wijnen, fonkelend tafelbestek. Met de gepaste achtergrondmuziek : "Ave Maria", "Jezus bleibt meine Freude"...En hoe later de avond, hoe leger de schotels. En terwijl de lege flessen op de tafels stilaan batterijen gingen vormen, gingen de gesprekken ook over de meest dagelijkse zaken ...politiek, voetbal, V.M.O...

                            

Twee V.M.O. militanten, Roger Spinnewijn en Dries Vandendriessche hadden zich intussen afgezonderd en voerden fluisterende gesprekken, af en toe blikken werpend in Erikssons richting.

En terwijl stilaan de Kerstgezangen vervangen werden door "Partei Musik", vroeg Spinnewijn aan Eriksson of hij hem eerstdaags een bezoek wou komen brengen. "Hoogst belangrijk" zei hij nog. Vandendriessche keek intussen Eriksson aan als was hij de Messias in persoon, en Spinnewijn toog naar West-Vlaanderen. Voor Antwerpenaren "het achterland..." Het werd ochtend en wanneer de laatste klant vetrokken was sloot Eriksson de zaak, telde de kas en ging slapen. Dat beloofde bezoek aan Spinnewijn bestond enkel nog in zijn dromen.

29 december : telefoon van Roger Spinnenwijn. Of Eriksson "onmiddellijk" kon komen. Bert wou wel, maar had vervoer nodig. En terwijl Spinnewijn bleef aandringen en Eriksson zich de hersens pijnigde hoe in Brugge te geraken stapte de oplossing café Odal binnen. Honderd kilo vet, beenderen en water. Bob Stewart. Bert Eriksson had er net zo goed de B.O.B kunnen bijhalen, maar dat wist hij op dat ogenblik nog niet. Bert vroeg aan de "gorilla" of hij hem naar Brugge kon voeren...iets erbij mompelend van ..."bevordering"..."celleider"...Stewart glunderde als een tevreden kalf en voerde Bert Eriksson naar Brugge.

Start Operatie Brevier

In Brugge aangekomen, vroeg Spinnewijn of die "gorilla" te vertrouwen was. Eriksson knikte zelfverzekerd en wou er zelf zijn linkerhand voor in pand geven...

Toen vertelde Spinnewijn waarover hij en Vandendriessche het hadden gehad op Kerstavond in de Odal. Het ontgraven van het stoffelijke overschot van Cyriel Verschaeve in Oostenrijk, en het terug herbegraven in Vlaanderen.

Eriksson keek hem aan met ogen als knikkers. Moest hij daarom van Antwerpen naar Brugge komen. Een plan dat zo oud was als de straat, en waar iedere flamingant het aan één of andere toog al had over gehad. Bert Eriksson zag dit niet zitten en begon over andere zaken te praten, maar Spinnewijn sprak met zoveel vuur over Verschaeve's laatste wens, "de eenzame", "de verlatene", "de banneling"...en Eriksson begon interesse te krijgen en werd meegesleept door het vurige pleidooi van Roger Spinnewijn. En de emotie won het van de geest. Tot laat in de nacht werd er beraadslaagd en werd overeengekomen er een V.M.O. aktie van te maken, en in maart naar Solbad Hall (Oostenrijk) te vertrekken. De meeste sneeuw zou dan al verdwenen zijn. Eriksson en Stewart togen huiswaarts en Stewart werd op het hart gedrukt zijn "gorillamond" te houden over dit gesprek.

Eens thuis begon Eriksson met de voorbereidingen. Er moesten eerst financiële middelen voor de reis gevonden worden. En na wat zoeken kreeg hij van een paar kapitaalkrachtige sympathisanten van elk 10.000 fr (250 EUR). Dat moest volstaan voor de verre tocht naar Solbad Hall. De eerste verkenningstocht zou gemaakt worden door Vandendriessche, De Baets, Roger en zoon Spinnewijn en tenslotte Bert Eriksson. De datum van vertrek, vrijdag 12 maart 1973, werd geheim gehouden. Achteraf bleek dat op de datum van vertrek nog niets over de aktie was uitgelekt.

         Onderweg eerste verkenning

Vrijdag 12 maart 1973. Zoals afgesproken werd er vertrokken om 2 u 's nachts. Gedurende de reis werden allerlei gissingen geopperd. Stel dat het plan niet uitvoerbaar was. Wat zou hen ginder wachten ? Kortom, en daarover waren ze het allen eens, het was een onzekere tocht.

Rond de middag bereikten ze de Oostenrijkse grens: Füssen. Eens over de grens zagen voor het eerst het "peperkoekenhuisje" Ulrichtsbrücke. Het hotelletje zag er zo lief uit dat ze besloten te stoppen om te eten. De uitbater bleek daarenboven nog een Vlaming uit Gent te zijn. Er werd besloten onmiddellijk na de maaltijd verder te rijden. Op de wegen begon zich sneeuw te vormen. En meermaals moesten ze in Antwerps-Duits de juiste richting vragen. Maar eindelijk bereikten ze hun doel : Solbad Hall. Ze reden de parking van Hotel "Zum Lamm" op, bestelden kamers, en tekenden het gastenboek....met hun echte namen !

   

Even verpozen aan de Oostenrijkse grens, vlnr De Baets, Eriksson en de Spinnewijns

Na het avondmaal besloten ze de koe bij de horens te vatten naar het kerkhof te gaan. Het was inmiddels 17 u geworden. Met lood in de schoenen betraden ze het kerkhof van Solbad Hall. In de persoon van (weergave van Eriksson's woorden) de Aartsengelen Gabriël en Michael stonden aan de kapel, waarin Verschaeve zou begraven zijn,  twee werklieden een praatje te slaan. Schoorvoetend naderden ze de kapel. De werklieden bekeken hen nieuwsgierig. Toen Vandendriessche en Eriksson de kapel binnengingen werd hun hoop de bodem ingeslagen. Een grote marmeren vloer bedekte de kapel. En om de zaak nog wat moeilijker te maken, stonden rondom de kapel metershoge planten opgesteld ! Eén zee van groen. Geen enkele aanwijzing, geen enkel detail waaruit ze konden opmaken waar precies Verschaeve begraven lag. "Mijn God" lispelde Eriksson. "Niet te doen" wedervoer Vandendriessche. De eeuwige glimlach op het gezicht van Vandendriessche was verdwenen als sneeuw voor de zon. "Alles voor niets" besloot Eriksson. Vandendriessche knikte zwijgend.

Inmiddels had zich buiten tussen De Baets en de werklieden een historisch gesprek ontsponnen : "Ob wir Flamen waren ?" Door De Baets knikkend bevestigd. "Kommen Sie für Verschaeve ?" Andermaal knikte De Baets bevestigend en vroeg (hun ware bedoelingen verzwijgend) met zijn Duits dat hij weleer bij de "Flak" had geleerd : "Liegt Verschaeve dort begraven ?" wijzend naar de kapel. "Wass" antwoordde de grafdelver ongelovig, "Da ? Nein, hier !" en hij wees met zijn dikke vinger naar het rooster waarop hij stond. Ongelovig keken ze elkaar aan. Vandendriessche toverde zijn glimlach te voorschijn, Eriksson's ogen werden groot als schoteltjes en de Spinnewijns bleven (schijnbaar) onbewogen.

                                                                                                                                              Kapel Solbad Hall

Voor de kapel bevonden zich drie grafkelders, bedekt door een rooster van 2 x 1 meter, en een 40 kilogram wegend. Volgens de werklieden bevond Cyriel Verschaeve zich in de middelste grafkelder. "Sehr interessant" verklaarde De Baets, en Eriksson vroeg hen : "Wo liegt unserer Verschaeve dan begraben ?" De brave man monkelde :"In jedem Keller liegen 18 Priester, 9 an jeder Seite, unterverteilt in 3 Stück". "Komm" zei hij. Ze lieten zich dat geen tweemaal zeggen en drumden allen samen rond het rooster en keken de grafkelder binnen. Het vertrek was ongeveer 6 op 4 meter. Vóór het rooster staande, met het gezicht naar de kapel, gans van onder in de rechterhoek zou Verschaeve zich bevinden.

Na de man herhaaldelijk bedankt te hebben vertrokken ze met jubelend hart. Hun vreugde was grenzeloos. Ze hadden Verschaeve gevonden. Er werd besloten diezelfde nacht nog poolshoogte te gaan nemen. Ter plaatse werd een zaklamp gekocht, en in hun hotel "Zum Lamm" lieten ze hun fantasie de vrije loop. Hoe zouden ze het in Vlaanderen opnemen ? De radicale Vlamingen zouden het zeker voor de V.M.O. opnemen. Een eventueel mislukken zou Vlaanderen hen nooit vergeven. (Achteraf zou blijken dat het ook het welslagen hen niet vergeven zou worden, maar dat konden ze toen nog niet weten). Toen kwam de vraag waar het stoffelijke overschot te begraven in Vlaanderen. Bert Eriksson was niet akkoord om het te begraven in de IJzerkrypte : 1) indien Operatie Brevier volledig geheim zou kunnen blijven (waar ze van overtuigd waren) zou niemand hen geloven dat ze daar plots met het stoffelijk overschot van Verschaeve stonden. De meesten zouden het niet begrijpen. 2) De veiligheidsdiensten zouden het wel begrijpen en ingrijpen met alle gevolgen vandien. Het vernietigen van het stoffelijk overschot of het begraven op een voor Vlaanderen onbekende plaats. Wie zou er reageren ? Waarom zouden ze reageren ? De graftombe zou nooit geopend worden door de Kriminalpolizei.

Gelukkig, nadien bekeken, zat er een "Judas" in hun midden. Wat waren ze geweest zonder "hem" ?

 

Grafnis met naamplaatje Verschaeve

Er werd dus besloten om middernacht het kerkhof te bezoeken. Het was 5 minuten stappen. Aan de kerkhofmuur aangekomen besloten ze elkaar "beentje te zetten". Achteraf bleek dat het kerkhof deurtje op vijf passen afstand...open stond ! Als kobolten slopen ze tussen de graven. Voorzichtig turend naar het bewaardershuis waar nog licht brandde. Voorzichtig werd de rooster opgetild en zonder een woord te spreken daalde Spinnewijn junior, de jongste en dus ook de lenigste, in de kelder af. Hij siste om de zaklamp. En dan kwam vanuit de diepte de kreet : "Hij ligt hier, hij ligt hier !" En het lichtschijnsel volgend konden ze, liggend op hun buik, lezen :"Cyriel Verschaeve - Priester - 8/11/49 - 75 Jahren". Na de eerste emotie ging ook vader Spinnewijn de kelder in. Hij was immers bouwvakker en moest de dikte van de nis bepalen. "Eén steen dik" zei hij kort en krachtig. Beiden kropen uit de kelder. Het rooster werd teruggeplaatst en terug in het gasthof werd getoost op de succesvolle onderneming. Er werd een strijdplan besproken en met jubelend hart togen ze huiswaarts.

De operatie zelf

Eens thuis werden de hoofden bij elkaar gestoken en werd de aktie, die inmiddels de naam "Operatie Brevier" had gekregen, gepland omstreeks half april uit te voeren. Er moesten echter nog drie betrouwbare mensen worden gevonden. Daar Stewart toch al op de hoogte was werd hij opgenomen in de commandogroep. Verder koos Eriksson voor Buisseret, een betrouwbaar militant, en Vergauwen, die zou instaan voor het vervoer van Solbad Hall naar de Europa-Brücke. Aan iedereen werd zwijgplicht opgelegd. Wie "verraad" pleegde, zou op gepaste manier bestraft worden.

Vandendriessche had inmiddels de man gevonden die zou moeten instaan voor het overbrengen van de lijkkist via de grenzen Oostenrijk-Duitsland-België. (Wie dit is, is tot op vandaag het enige nog goed bewaarde geheim van de ganse operatie). Het was alleszins iemand met een TIR licentie, die verder "Mister Incognito" zal worden genoemd. In overleg met "Mister Incognito" werd besloten de trip te laten doorgaan op 5 april. 

 

de vrachtwagen van "Mister Incognito"

Tot Vandendriessche Eriksson kwam verwittigen dat de trip niet op vastgestelde datum zou doorgaan, maar verschoven werd naar 19 april. Iedereen werd op de hoogte gebracht van het uitstel en voor de zekerheid informeerde Eriksson bij Spinnewijn (hij belde voor de veiligheid "buitenshuis") of hij alles klaar had : stenen, zand, cement en het nodige materiaal. Spinnewijn verzekerde Eriksson dat hij op beide oren kon slapen. Op maandag 16 april werden alle taken nog een laatste keer nagekeken en verdeeld : 1) metsel- en breekwerk : de Spinnewijns en De Baets, 2) bewakingsdienst : Buisseret, Stewart en Eriksson : Buisseret aan de kerkhofmuur, Stewart en Eriksson aan de kapel, 3) Vandendriessche en Vergauwen zouden zich met hun auto's verdekt opstellen om hen in geval van uiterste nood te ontzetten. Alles leek in orde tot Vandendriessche met de jobstijding kwam : wederom uitgesteld. Eriksson werd het stilaan kotsbeu. "Staking bij de douanediensten" zei Vandendriessche. Toen Eriksson was uitgeraasd vroeg Dries of hij niet beschaamd was. Die kameraad riskeerde zijn vergunning en Eriksson stond daar maar te tieren ! Toen besloot Dries "Mister Incognito" aan Eriksson voor te stellen. Onderweg schetste hij een korte levensloop van "Mister Incognito" : van groen hemd naar grijs hemd, van ADJV naar de "Waffen". Ze vonden "Mister Incognito" in café "Het grote Vertier", aan de biljarttafel. Ze zonderden zich af en wat Dries had gezegd werd bevestigd : douanestaking. Eriksson kon niet anders dan zich er bij neerleggen. "Mister Incognito" stelde 11 mei voor als datum. Dan zou het zeker gaan. Eriksson kon niet anders dan instemmen. "Hoe dachten ze het te doen ?" vroeg "Mister Incognito". Eriksson kon niet anders dan het volledige verhaal te vertellen. 11 mei zou de datum zijn.

Opnieuw was het wachten begonnen. Eriksson hoopte dat er niemand zou "doorslaan". Sommigen moesten voor de zoveelste keer hun verlof verleggen. Hij stak hier en daar zijn licht op. Blijkbaar was er nog niets uitgelekt. In de graftombe van Verschaeve zou een perkamenten rol worden gedeponeerd. Eriksson liet daarom zijn echtgenote hetvolgende, in het Nederlands, neerschrijven :

"Ik eis gerechtigheid.

In het jaar onzes Heren anno 1949, werd alhier begraven, Eerwaarde Heer CYRIEL VERSCHAEVE, doctor honoris causa aan de universiteiten van Leuven, Jena en Keulen. Ter dood veroordeeld door de Belgische repressie, om zijn Vlaamse overtuiging.

In het jaar onzes Heren anno 1973, in de maand mei, werd hij alhier ontgraven door een speciaal daartoe getraind commando van de V.M.O., om bijgezet te worden in Heilige Vlaamse grond. Wij danken de Oostenrijkse regering om de gastvrijheid verleend, in de moeilijkste periode van zijn beproeving.

10 mei 1973.  De V.M.O. (+ stempel)

Gerechtigheid is geschied !"

Eriksson maakte één kopie van het document.  Het origineel ging in een plastiek omhulsen, bijeen gehouden door een rubber bandje. Dit zou de tijd wel trotseren.

   

Aankomst in Füssen (Oostenrijk)

Op 10 mei, ' s morgensvroeg, was iedereen present. Ook "Ballou" (Vergauwen). Alles werd nog eens gecheckt. Alle materiaal was er en Ballou had eten genoeg voorzien voor een gans garnizoen. Eriksson besloot in zijn wagen plaats te nemen, evenals Stewart en Buisseret. Vandendriessche, de Spinnewijns en De Baets volgden in de 2de wagen. Exact om 6 uur vertrokken ze richting Solbad Hall. Een tocht van 1150 km. Er was afgesproken dezelfde reisweg te volgen als bij de verkenningstocht : Keulen-Frankfurt-Stuttgart-Ulm-Augsburg. Daar zouden ze de Autobahn verlaten richting Garmisch. Ze hoopten tussen 20 en 21 uur in Innsbrück te zijn. 

Ze arriveerden zoals gepland in Innsbrück omstreeks 23 uur. Al hadden ze wel halt gehouden bij het "peperkoekehuisje" van de sympathieke Gentenaar, die ze bij de verkeeningstocht hadden leren kennen. Rond twintig vóór middernacht kwam het V.M.O. commando Solbad Hall binnengereden. Er werd regelrecht koers gezet naar het kerkhof. Ter hoogte van de kapel doofden ze de autolichten en vergewisten ze zich of alles veilig was. Het licht van de huisbewaarder brandde nog. Via het kerkhofdeurtje (dat altijd openstond) werd alles tot nabij de kapel gebracht. Vandendriessche en Vergauwen waren intussen hun post met de wagen gaan innemen. Afspraak : 1u30. Buisseret had inmiddels postgevat aan het kerkhofmuurtje. De vijf andere commandoleden hadden inmiddels het rooster verwijderd en voorzichtig tegen de stenen vloer gelegd.

  het "peperkoekenhuisje"

Als eerste daalde zoon Spinnewijn in de grafkelder, gevolgd door Roger Spinnewijn en De Baets. Er werd een staande lamp aangegeven en achtereenvolgens door middel van een koord emmers met zand, cement, stenen, zeildoek, jerrycans met water en alaam. Ook de perkamenten rol werd niet vergeten. Vervolgens spreidden Stewart en Eriksson twee dekens over de gapende grafkelder. Stewart vatte post achter de linker-, Eriksson achter de rechterpaal van de kapel. Het was ongeveer twaalf uur als de karwei een aanvang nam. Eriksson hield het conciërgegebouw scherp in het oog toen de doffe hamerslagen tot hen doordrongen. 

    

Kerkhof Solbad Hall en rooster van de grafkelder

Het lawaai klonk keihard in de stilte van de nacht. Xavier (Buisseret) siste een waarschuwing en Eriksson stak, op zijn buik liggend het hoofd onder de dekens en maande hen beneden aan het wat kalmer aan te doen. Tot zijn vreugde was de kist inmiddels zichtbaar geworden. De grafnis was volledig open en hij bemerkte duidelijk de houten kist waarin zich het stoffelijke overschot van Verschaeve zou moeten bevinden. Roger Spinnewijn en De Baets trokken de kist naar buiten. Spinnewijn's zoon maakte snel enkele fotos. Tot hun grote schrik bemerkten ze dat de houten kist nagenoeg volledig was vergaan. Daar had niemand aan gedacht. Gelukkig bleek er in de houten nog een zinken kist te zitten. De vergane houten kist werd in stukken en brokken terug in de grafnis gelegd. De opening werd vakkundig dichtgemetseld, na de perkamenten rol erin te hebben gedeponeerd.

     

Openen grafnis, lege grafnis en terug dichtmetselen van de grafnis

De Operatie - terugkomst - verbergen

In alle stilte werd alle materiaal terug naar het kerkhofdeurtje gebracht. Vandendriessche stond reeds paraat. Van Vergauwen geen spoor. Met zijn vieren werd de kist ter plaatse gebracht. Het was een groots moment. Ze verwensten Ballou. Kon die kerel nu nooit eens op tijd zijn. En eindelijk, tien minuten overtijd daagde Ballou op. Hij bleek totaal over zijn toeren, frazelde en lispelde (hij zou de "Kriminalpolizei" hebben gezien...) Eriksson had hem "een klop tegen zijn smoelwerk" kunnen geven. Snel werd de kist in de laadruimte geschoven...althans dat was de bedoeling....de laadruimte was te klein door de meegenomen bagage. Wat nu ? Alle bagage werd naar voren gekeild en de achterste zitbanken werden naar beneden geklapt. De kist kon erin. Tot in Innsbrück moesten Xavier en Stewart maar met de West-Vlamingen meerijden.

   

Bovenhalen kist en herschikken laadruimte van de wagen

Het liep tegen drie uur toen ze daar aankwamen. Er werd even gerust en vandaar ging het richting Brenner. De vormen van de zinken kist werden zo goed als kon bedekt met bagage.. De plaats van afspraak met "Mister Incognito" was Aldraus iets voorbij Innsbrück. Daar aangekomen was er geen kat te zien. Het was inmiddels 7 uur. De transportwagen was voorzien om 10 uur.

Het liep tegen de middag en nog steeds geen teken van de transportwagen. Ieder was met zijn eigen gedachten bezig. Sommigen gingen wat wandelen, anderen bleven ter plaatse wachten. Tot Mister Incognito" was aangekomen. Snel werd hij aan iedereen voorgesteld. Er was een oponthooud geweest aan de grens. Niets abnormaals...Hij stelde voor om eens snel met een wagen terug naar Solbad Hall te rijden om er poolshoogte te nemen. Want in geval van vroegtijdig ontdekken zou de grens afgegrendeld zijn. Dries zou hem vergezellen. De stemming tussen de anderen verbeterde er niet op. Ze liepen allen op hun tenen en spanningen stapelden zich op. Rond 20u waren Dries en "Mister Incognito" terug. Niks te melden. Al kreeg Dries het onmiddellijk aan de stok met Stewart. De zenuwen...

 "Fernnpass" Hotel....uren wachten op de vrachtwagen

Het liep intussen tegen 22 uur. De vrachtwagen was iets verder gereden en de loodjes werden door Stewart zeer vakkundig verbroken. De schuifdeuren werden geopend, enkele kisten werden naar buiten gezeuld en de zinken kist in de plaats geschoven. De kisten werden terug in de vrachtwagen gewurmd, de loodjes weer in de oorspronkelijke toestand genepen. Zodat er kon vertrokken worden. De reis zou ditmaal gaan via munchen over Neurenberg. In Mittalwald zouden ze de Duitse grens oversteken. De "lijkwagen" nam de kop, de anderen volgden op enige afstand. Rond halftwaalf kwamen ze aan de grens. Passenkontrole. Autokontrole. Bonzende harten, knikkende knieën. Ze mochten verder. Glunderend. Ze naderden stilaan de Belgische grens. Ze stonden op het punt Verschaeve's testament ten uitvoer te brengen. Om 8 uur overschreden ze de Belgische grens. Zonder problemen. Over de grens werd afscheid genomen van de vrachtwagen. Afgesproken werd dat Eriksson en Vergauwen "de schat" in de namiddag zouden komen ophalen en voorlopig verbergen.

 

de herkisting van Verschaeve (Spinnewijn, Vergauwen, Eriksson)

Om 14 uur telefoon van Vergauwen. Hij had geen vervoer. Opnieuw was de reddende engel 100 kilo vet, beenderen en water : Stewart. Ze zetten koers naar X. Aangekomen bij "Mister Incognito" werden de loodjes opnieuw verbroken en werd de zinken kist overgeheveld naar de stationswagen en bedekt met jutezakken. Ze namen afscheid van "Mister Incognito". (Eriksson zou hem pas 2 jaar later terug zien op de IJzerbedevaart). Een kleine man, een groot Vlaming. een stille onbekende vechter, wiens naam nooit zal geboekstaafd staan in de Vlaamse encyclopedieën. Ze hadden Verschaeve ontrukt aan de massieve bergen, zijn betonnen bunker en aan zijn ballingsoord. Zijn zouden hem terugschenken aan Vlaanderen !

Voorlopig werd Cyriel Verschaeve verborgen achter een houten keet, die niemand scheen toe te behoren, achter het Restaurant van Vergauwen te Kallebeek.  Er werd besloten de zinken kist te openen. Het groot tentzeil werd afgewikkeld en daar lag de zinken kist. Nu pas bemerkten ze dat de tand des tijds ook hieraan geknaagd had. De zijkant was gans opengescheurd, zodat ze het lichaam reeds konden onderscheiden. Het was dan ook aan die kant dat de kist verder werd opengebroken. De stukken zink werden terzijde gelegd, en daar lag Cyriel Verschaeve in de serene majesteit van de dood ! In alle stilte keken ze toe. Na 24 jaar was was er niets, maar dan ook niets overgebleven. Het hoofdkussen was gans vergaan, zodat het stro als een krans rondom zijn hoofd lag. Een weinig zilverwit haar sierde de schedel. Het priesterkleed was volledig gaaf. Ze bemerkten duidelijk de purperen stool. De armen en handen lagen naast het lichaam en men had de dode geen schoenen aangedaan. En hoe intens ze ook zochten, van missaal of rozenkrans was niets te bespeuren. (Na autopsie door het parket werd onder het priesterkleed een borstkruisje gevonden, ongeveer 10 cm groot, alsook in de zak een stompje potlood). Stewart werd naar huis gestuurd ( Eriksson zou wel thuis geraken). Ontroerd bedekten ze het stoffelijke overschot met de zinken delen en overdekten alles met zakken en planken. (De zinken kist zou ten gepasten tijde als relikwie aan het Verschaeve muzeum worden geschonken). Eriksson en Vergauwen keerden terug naar de gelagzaal, in gedachten verzonken door het beeld van Verschaeve dat tot het einde der dagen in hun geheugen gegrift zou staan.

   

Stoffelijke resten priester Cyriel Verschaeve

Het lek.

Vooreerst moest er voor een nieuwe kist worden gezorgd. Na overleg besloten Spinnewijn en De Baets hiervoor te zorgen. Vergauwen zou de kist ophalen, Buisseret moest het nodige geld van de rekening halen. Eriksson zou instaan om de nodige ruchtbaarheid aan de operatie te geven. Er zou een "speciaal" Alarm nummer worden gedrukt om de Vlaamse Beweging attent te maken op de zaak Verschaeve en de eventuele terugkeer, en een tweede nummer "Triomf" zou worden uitgegeven ter gelegenheid van de IJzerbedevaart, ter verheerlijking van de persoon Verschaeve en het welslagen van de Operatie Brevier. Tevens zouden pamfletten worden gedrukt om tijdens de bloemenhulde uit te delen.

 

Speciaal Alarm pamflet n.a.v. Operatie Brevier op de IJzerbedevaart 1973

In Brugge werd intussen een kist aangekocht (de verkoper stelde geen vragen...zij ook niet), en besloten werd dat De Baets en de Spinnewijns zouden helpen bij de herkisting. Samen met Eriksson ging het dan richting Kallebeek. Onderweg begon Spinnewijn over de IJzerbedevaart en de commotie die dat zou teweegbrengen, maar Eriksson had maar matig interesse in een bijzetting in de IJzercrypte. Voor hem telde op dat ogenblik enkel dat Verschaeve terug in Vlaanderen was.

Het herkisten van Verschaeve ging tamelijk vlot. Aan de houten keet werd alles uitgeladen. Het onderste gedeelte van de zinken kist werd gelaten waar het was zodat het makkelijker was Verschaeve in de nieuwe kist te leggen. Van de priesterstool hing een stuk van 15 cm los, dat als "aandenken" werd afgeknipt. Er werden nog enkele fotos genomen, een plastiek omhulsel werd over de dode gelegd en het deksel aangevezen. Later zou Eriksson beweren 'een zweem van een glimlach' op het gelaat van Verschaeve gezien te hebben. Ze wasten hun handen en gingen terug naar de gelagzaal. Op de hoogte van bergplaats waren nu De Baets, de Spinnewijns, Vergauwen en Eriksson.

   

Na de herkisting, Eriksson en Spinnewijn in Gasthof Kallebeek

Vier weken bleef het stil, tot op een dag Vergauwen door de telefoon een noodkreet slaakte. Of Eriksson onmiddellijk kon komen, en liefts meteen. In de Odal was slechts Vanwiele, een sympathieke dikzak, binnen. Eriksson vroeg hem naar Kallebeek te voeren. Zouden "ze" hem gevonden hebben ? Te Rupelmonde aangekomen sleurde Ballou hen zijn kantoor binnen. Er bevonden zich nog een zestal onbekende personen. "Bert, joeng, ze weten het" stamelde Ballou. "Wat weten ze, en wie zijn dat hier allemaal" repliceerde Bert. "Die zijn voor 200 % te vertrouwen" zei Ballou. Eriksson dacht door de grond te zakken. De man had half zijn garage in vertrouwen genomen. Zou het risico bestaan dat hij hen ook de schuilplaats zou aanwijzen ? Verschaeve moest hier dringend weg. "Wie zijn 'ze' "vroeg Eriksson. "De B.O.B" antwoordde Ballou. 's Morgens hadden ze hem gebeld en gevraagd of hij iets wist over een eventueel terugbrengen van Cyriel Verschaeve. Hoe waren ze er achter gekomen ? In ieder geval, het lek zat in het Waasland, en had zich als een lopend vuurtje verspreid. Maatregelen drongen zich op. Terug onderweg naar Antwerpen begon Vanwiele Eriksson allerlei lastige vragen te stellen, zodat Eriksson gedwongen was hem half in vertrouwen te nemen. Terug in Antwerpen werd onmiddellijk krijgsraad gehouden, met Spinnewijn en Buisseret. ze waren beiden woedend, en er zou onmiddellijk een nieuwe schuilplaats in West-Vlaanderen worden gezocht.

Nog voor het zover was, kreeg Eriksson de volgende ochtend opnieuw een paniekerige telefoon van Vergauwen. De B.O.B. wenste hem te spreken. "Indien de B.O.B. mij wenst te spreken dat ze mij dan komen halen " sneerde Eriksson. Twintig minuten later gierde een Fiat om de hoek met een blonde freule achter het stuur en die bracht Eriksson naar Kallebeek. Twee heren van de B.O.B. zaten er geduldig te wachten. Vergauwen stelde hen aan elkaar voor, al was dit overbodig. "Of ze niet liever meteen over de brug zouden komen met de plannen" vroeg één van hen. "Plannen, welke plannen ?...Verschaeve ?...Terug in Vlaanderen ?...nee daar weten we niets van..." Zo gauw lieten die van de B.O.B.  zich niet van de wijs brengen, want één van hen plaatste een voltreffer met de woorden : "Eriksson (daarbij met een puntige vinger naar zijn borst wijzend), gij zijt de chef van de V.M.O., oud-commando en Koreastrijder, daarom zou het een kolfje naar uw hand kunnen zijn, en gij, Vergauwen (met dezelfde vinger naar Ballou wijzend), hebt plaats in overvloed om het stoffelijke overschot te verbergen, in een autopark, om het eventueel te vervoeren."  Giste die zomaar wat raak of wisten ze meer, hij had in ieder geval midden in de roos geschoten. Ongeveer 1 uur hielden ze het welles nietes spelletje vol. Toen namen ze vriendelijk afscheid. Eriksson schold Vergauwen de huid vol en de blonde deerne bracht hem terug naar Antwerpen. 

Later op de avond werd er opnieuw krijgsraad gehouden met Spinnewijn, De Baets, Vergauwen, Buisseret, Stewart en Eriksson. Vergauwen hield eraan Verschaeve te laten liggen waar hij lag. Spinnewijn en De Baets waren voor een overbrenging naar West-Vlaanderen. Harde woorden werden gewisseld. Bij Vergauwen lag hij niet veilig, en wat Spinnewijn betrof...koesterde Eriksson argwaan. West-Vlamingen kunnen koppig zijn...Uiteindelijk werd de knoop doorgehakt. Vergauwen, de Spinnewijns en De Baets zouden het stoffelijke overschot overbrengen naar een hooizolder, palend aan een boerderij, midden in de kom van een dorp. Als enige bewoners van de boerderij twee oudjes, stokdoof en kinds. Een hulpje overdag was het enig levende wezen dat er over de vloer kwam. 

En terwijl honderden rijkswachters het terrein uitkamden, en helicopters infra-rood foto's namen lag Verschaeve veilig opgeborgen, bij 2 oudjes die het nooit hebben geweten.

Intussen was Eriksson ook al bijna gewonnen voor het idee van Spinnewijn, namelijk Verschaeve begraven in de IJzercrypte. Hij had zelfs al 8 militanten aangeduid die de kist zouden dragen. Op 16 mei liet hij hen naar Diksmuide komen en gaf toelichting over de Operatie Brevier, en liet hen het "krijgstoneel" in ogenschouw te nemen : de crypte, de IJzertoren en de vlakte. Andermaal werd het risico genomen door de Operatie te vertellen. Het was dan ook niet onverwacht toen Vergauwen Eriksson op maandag 18 juni opbelde met de melding dat de "Gazet Van Antwerpen" in Kalbeek was en Eriksson dringend wenste te spreken over Cyriel Verschaeve. Voor het eerst nam Eriksson zijn echtgenote in vertrouwen aangaade de ganse zaak. Ze maande hem aan kalm te blijven. Twintig minuten later gierde de Fiat die Bert kwam ophalen weer de hoek om. "Eerst de B.O.B., nu de Gazet Van Antwerpen....waar gaat dit eindigen" vroeg Eriksson zich af. Iets later stond Eriksson tegenover de journalisten, Johan Staes, Ulrik Nimmegeers en A. Denert (mandataris Volksunie). In het kort kwam het hier op neer dat ofwel Bert hen de primeur van de overbrenging van Verschaeve gaf, en ze dit dan objectief zouden laten verschijnen, of dat anders Pol Staes (broer van Johan Staes) sowieso het volgende weekend met het verhaal op de proppen zou komen in "De Standaard", volgens "zijn bronnen".  En dat artikel zou misschien niet objectief zijn. Alles was dus uitgelekt ! Eriksson overlegde kort met Vergauwen en belde dan Spinnewijn....die gaf niet thuis. Bert Eriksson moest nu zelf beslissen. De operatie was toch al uitgelekt, hij kon dus enkel hopen op een objectieve berichtgeving. "OK" zei Eriksson, "wij bekennen, haal uw schrijftrommels maar boven". Drie uur duurde het interview. En Eriksson wist dat de dag nadien de bom zou ontpolffen. Hij bracht Spinnewijn en Vandendriessche op de hoogte van de gang van zaken. "We lappen het hem wel" was de repliek van Spinnewijn.

Het artikel van de overbrenging van het lichaam van Verschaeve ging inderdaad als een schok door Vlaanderen. Eriksson werd overstelpt door telefoons van sympathisanten, persmensen, politiediensten.....Het artikel was zoals beloofd objectief, en het was voor iedereen nog gissen waar het lichaam zich bevond. Eriksson was in een roes, niets kon hem nog overkomen...dacht hij. Tot op donderdag  de klap kwam. "Zondagnieuws" pakte uit met grote koppen : "Wij herkenden Verschaeve gemakkelijk aan zijn golvend grijze haar...". Dit was verraad. Verraad in de reinste zin van het woord.

De jacht - de begrafenis

Eriksson herlas telkens opnieuw het artikel in het "Zondagnieuws". Slechts vier van de acht konden het detail van het grijze haar weten : Vergauwen, Buisseret, Stewart en Eriksson zelf.  Na analyse was het voor Eriksson uitgemaakt dat Stewart het lek moest zijn. Hij had hem trouwens de laatste twee weken niet meer gehoord of gezien. Eriksson ging Stewart opzoeken, en legde hem het artikel voor. "Allée Beer, alée joeng, hoe kunde zoiets denken van mij" verdedigde Stewart zich in alle bochten wringend. Maar voor Eriksson stond het vast dat Stewart het lek was.  

 

Tweede van rechts, met baard, "het lek" Bob Stewart

De tweede slag die ze moesten incasseren was het relaas in 't Pallieterke. Wat hadden ze verkeerd gedaan dat Jan Nuyts van 't Pallieterke hen zo smadelijk door de modder sleurde...? Vlaanderen begreep het dus niet, vond het ongehoord !...

Intussen werd de jacht op het stoffelijk overschot van Verschaeve met verdubbelde kracht opgedreven, vooral na de bekendmaking door het Oostenrijkse parket. Vloeren werden opengebroken, kamers doorzocht. Het ganse Waasland werd op zijn kop gezet maar Verschaeve bleef onvindbaar. Tot op een avond Vergauwen opnieuw in paniek, opbelde dat zijn huis "Gasthof Kalbeek" omsingeld was door tientallen B.O.B. wagens en de streek werd uitgekamd. Voor het eerst werd het Eriksson allemaal teveel. En hij bad zoals hij nooit had gebeden, voor een goede afloop. Hij werd hoe langer hoe meer geprikkelder. Vooral omdat hij niet werd verhoord (al zou later uit een rijkswachttelex blijken dat zijn huis, lokaal Odal, 60 dagen geschaduwd moest worden). De hoop Verschaeve bij te zetten in de IJzercrypte was nu volledig de bodem ingeslagen. Ook al omdat de rijkswacht het doen en laten aan het IJzerbedevaartsecretariaat zorgvuldig in de gaten hield (ook de V.M.O. had zo zijn bronnen...). Op 20 juni belde Rik De Ghein van het IJzerbedevaartcomitee Eriksson op teneinde een einde te maken aan de opzoeking van het lichaam van Verschaeve. Verschaeve begraven in de IJzercrypte was onmogelijk. Het IJzerbedevaartcommitee was daar volstrekt tegen. Een optie was Verschaeve "asielrecht" te geven en te laten begraven in een abdij, zodat het graf weer kon worden bezocht als het moest. Hij zou contact opnemen met Leo Wouters van de Volksunie, en vroeg de Operatie Brevier eindelijk te beëindigen. Liefst deze nacht nog. In de abdij Sint-Sixtus. Pater Prior zou Eriksson aan de poort opwachten. 

De V.M.O. had zijn plicht gedaan tegenover Vlaanderen en Verschaeve. Invloedrijke personen moesten nu maar zorgen dat Verschaeve's laatste wens in vervulling zou gaan.

Spinnewijn betrouwde het plan maar matig. "Gij zijt de chef, ge moet maar weten wat ge doet"  zei hij. De bezwaren van Buisseret en Vergauwen wimpelde Eriksson af. Het stoffelijke overschot moest vervoerd worden naar de abdij. Maar hoe ? Een taxicamionet bleek de beste oplossing. er werden nog enkele details besproken. Buisseret en Toon Van Doorsselaere (...) zouden de volgende dag het stoffelijke overschot weghalen en naar de Sixtus abdij brengen. Eriksson zou een uur voorop rijden om de weg te verkennen . Eriksson belde De Ghein op om te zeggen dat het plan pas de volgende dag zou uitgevoerd worden, waarop De Ghein teleurgesteld de telefoonhoorn neersmeet. Wat bezielde die man om zo dringend achter de zaak aan te zitten ? Wat zich inmiddels in de abdij had afgespeelde lazen ze later in het verslag van Pater Prior :

"Woensdag 20 juni 1973 : in de namiddag vertelt broeder L. op het economaat dat Cyriel Verschaeve's stoffelijke overschot ontvoerd werd en terug in België zou zijn volgens "De Standaard". Ik ben nog tijdens de arbeid het bericht volledig gaan lezen.... Te 9u15 komt broeder J. mij wekken op de slaapzaal : telefoon van de pastoor van Alveringem. Hij drong aan dat het dringend was. Hij vroeg om Cyriel Verschaeve hier te mogen begraven. Dit namens Mr. Bailleul van het Verschaeve Commitée. Ik stelde voor eerst Vader Abt te contacteren. Gebeld om 9u30. Had de indruk dat Vader Abt er weigerachtig tegenover stond. hij vroeg een half uur bedenktijd. Te 10u 20 belde hij terug. Hij had ook gebeld naar zijn broer advokaat en had vernomen dat de straffen die konden opgelopen worden niet zo zwaar waren. Hij had ook geprobeerd Mgr. (de Bisschop) te contacteren, maar was er niet in geslaagd. Hij stemde toe, aandringend op een absolute discretie en uitsluitend dat het hier ooit een bedevaartsoord zou worden. En ook zeker niet op het kerkhof. Hij vroeg mij waar ik aan dacht. Ik antwoordde in het bos. Ja, zei hij, aan de kant van de kluis. Nee, zei ik, aan onze kant vind ik beter. Deelde te 10u30 de inhoud van het gesprek mee aan de pastoor van Alveringem. Bracht daarna broeder J. volledig op de hoogte. Hij vond het bos minder goed :  de boswachter moest er eens op komen ! Stelde voor : bij de bijen, of beter nog onder het kapittel, in de kruipruimte. Ik plaatste spaden gereed in het bergplaatsje van de kapelanie. En wachtte op de ontvoerders. Zij bleven echter uit. Tenslotte besloten wij om 1u30 wat slaap te nemen. Als zij kwamen zouden wij wel gewekt worden".

Op donderdag 21 juli 1973 reed Eriksson, zoals afgesproken richting abdij om te kijken of er geen "controles" onderweg waren. Ter hoogte van Kortrijk ging hij een kroeg binnen en belde Vergauwen. Vergauwen, zoals steeds de laatste tijd over zijn toeren vertelde dat alles tegensloeg. "Overal B.O.B."  lispelde hij. Omstreeks 12u30 reed Eriksson de parking van de abdij op. Rik De Ghein en een pater kwamen hem reeds tegemoet. Later zou Pater Prior in zijn verslag schrijven : "De Leider gaf mij een indruk van een harde wilskrachtige leidersfiguur, maar hij was duidelijk op het einde van zijn zenuwen; hij gaf de indruk van uiterst wilskrachtig, maar mak gemaakt door de zenuwoorlog van de jongste tijd."  Eriksson vroeg aan De Ghein hoe de toestand was. Die legde uit dat hij contact had opgenomen met Leo Wouters. (Rik De Ghein scheen oprecht, al had Eriksson het gevoel dat hij iets verborg, dat hij zinnens was Leo Van Ackere erbij te halen om alzo tot een vergelijk te komen vertelde hij niet). Eriksson belde Vergauwen om te zien waar ze bleven. Vergauwen was alweer een inzinking nabij. Eriksson gaf het nummer waar hij te bereiken was. Eindelijk een telefoon van Ballou dat ze vertrokken waren. Eriksson zou hen de laatste kilometers tegemoet rijden en als gids dienen. Rik De Ghein en Pater Prior stonden hen al ongeduldig op te wachten. En toen de grote ijzeren poort van de abdij zich achter sloot was het alsof er een last van hun schouders viel.

Verslag van Pater Prior hierover (we publiceren hier enkel wat fragmenten uit het dagboek) :

"Om 3 uur kwamen zij aan, de leider reed voorop, de anderen volgden. Deden ze binnenrijden en stoppen voor de koestal. De eerste angstige vraag was : zijn we hier op veilige grond ? Op mijn bevestigend antwoord slaakten ze een diepe zucht en stopten de motor........
Deed ze binnenrijden tot bij de afrit van de refter, waar wij de kist uithaalden. De auto lag vol met ander gerief om de kist te verbergen. De kist zelf was bedekt met een sprei. Wij hebben de kist in een kamer zonder venster gebracht.....
Hebben geprobeerd om de kist onder het kapittel te  brengen, maar dat lukte niet. De kist was te breed. Hebben de kist dan teruggebracht naar de kamer, en wij besloten ze dan zelf te begraven. Mr. De Ghein gaf de voorkeur aan de derde oplossing : het sparrenbos. De leider vroeg of een priester niet begraven werd met een kelk. Het was intussen rond 4 uur. Er werd nog iets in de kantien gedronken, en er was geen ongunstige reactie van een van de drie mannen."

Eriksson, Buisseret en Van Doorsselaer keerden terug naar Antwerpen, na eerst Vergauwen op de hoogte te hebben gebracht. Nadien contacteerde Eriksson Johan Staes van "De Gazet Van Antwerpen" om hem van alles op de hoogte te brengen. Hij bleek echter al van alles op de hoogte te zijn. Rik De Ghein had hem dus al in vertrouwen genomen. Er werd over de ganse zaak niet meer gesproken tot op 23 juni om 11 u Buisseret de Odal kwam binnengestormd, schreeuwend "Ze hebben hem!"  Cyriel Verschaeve zou reeds begraven zijn in Alveringem. Hoe had Rik De Ghein dit zo vlug kunnen klaarspelen ?

Het verslag van Pater Prior van vrijdag 22 juni (fragmenten) :

"Te 9u40 komt broeder J. mij wekken : er is goed nieuws : de heer is daar weer (Rik De Ghein) en komt van Brussel : alles is in orde : hij mag begraven worden. Ging er heen, en inderdaad alles was in orde. Zij hadden er parlementair Leo Van Acker achter gezet. De beide Ministeries hebben dadelijk kunnen instemmen met het voorliggend plan; geen van beide zou er mee ingestemd hebben hem in de Toren te laten bijzetten". (Minister Michel moet toen gezegd hebben : "Alveringem ou Ardooie moi-même, mais pas à Diksmude !"). "Bevel zou gegeven zijn om twee dagen de opzoekingen door de rijkswacht stop te zetten. Toch bleef het overbrengen een probleem op terrein van wettelijkheid. Wij kwamen overeen dat zij Cyriel Verschaeve zouden komen ophalen onder de hoogmis, rond 10u15, en van hier naar Lo zouden rijden, en daar Leo Van Ackere opnemen, om zo van de parlementaire onschendbaarheid te genieten. Dan in Alveringem in het geheim in het wachthuisje plaatsen tot hij zou kunnen begraven worden. Bespraken ook de mogelijkheid om hem hier wat langer te laten en ondertussen een volwaardige begrafenis voor te bereiden, met aan wezigheid van de Alveringemaars. Ook met de drie V.M.O.-ers van gisteren, die zeker moesten uitgenodigd worden. Maar bezwaar bleek dat het plan van Rik De Ghein ter ore was gekomen van een journalist, en dus is uitgelekt. Dat kan de politie op idee brengen : zij zoeken een onderkomen in een abdij; vond het hier daarom minder veilig, hij zou niet graag hebben dat die nu nog beslag leggen op de kist " (dus toch geen asiel !!!!) "En Oostenrijk vroeg ik : zij verzaken eraan, geven zelf de indruk dat ze er graag vanaf zijn. Vertrok om 10u15. In bed teruggekeerd, dacht ik nog dat het best was het lijk hier nog langer te laten, en dat het geen hinder kon zijn, vermits de brief van het Ministerie, toelating gevend aan 'drager dezend'  om het lijk voorlopig te bewaren en het ter geschikten tijd naar Alveringem te voeren.
Zaterdag 23 juni : rond 8 uur getelefoneerd naar Rik De Ghein om voorstel te doen. Antwoordde dat alles nu te laat was en alles definitief geregeld was. Om 9 u ging ik broeder A. verwittigen aan de poort en meteen hen opwachten. Zij kwamen precies op tijd aan : Dhr X, meubelmaker, met een kleine camionette en R. De Ghein met zijn eigen auto. Hebben het lijk in de wagen geplaatst en ze zijn direct weggereden : het was 9u10.
Te 3u15 : telefoon van Mr. Bailleul meldend dat Cyriel Verschaeve nu ook reeds begraven is, met grote toeloop van de bevolking, en ons dankend voor onze tussenkomst. Zij zouden hem eerst in een wachtplaatsje geplaatst hebben in Hofstade als ik goed begreep, en dan vandaar naar Alveringem. Waar hij helemaal officieel begraven werd in aanwezigheid van het parket. Hij wordt nu constant bewaakt, minstens in het begin."

Deze verklaring van Pater Prior bewijst dat Rik De Ghein bij voorbaat wist  hoe de feiten zich gingen ontwikkelen. Het maakt weinig uit, maar hoofdzaak is  :  Rik de Ghein had zich van een taak gekweten die uitermate een contentieuze zaak bleek te zijn en die "HIJ" per slot van rekening tot een goed einde bracht.

Eriksson werd uit zijn "trance" gebracht, na Buisseret te hebben gehoord door een telefoon van Roger Spinnewijn : "Hier Spinnewijn : hewel !  waar zijt ge nu met uwe lekkere Rik ?" ..."Doe het in 't vervolg zelf " sneerde Eriksson terug. Vol haat belde hij naar Rik De Ghein. Die onderbrak Eriksson's gebrul door te vragen eens bij hem langs te komen. Eriksson stormde naar beneden, Buisseret meeslepend, en een toevallige tooghanger, Mark Bettens. Die moest hen naar Diksmuide voeren. Zonder morren. Een uurtje later stormden ze het IJzerbedevaartsecretariaat binnen, waar De Ghein hen met een zalvende glimlach opwachtte. "Waarom was de V.M.O. niet op de hoogte gebracht ?"..."Onmogelijk" zei De Ghein "De tijd ontbrak mij...maar kom, we rijden eens naar Alveringem".

                                                                                                                                                voorlopig graf 

Op het kerkhof van Alveringem heerste er een buitengewone drukte. Bloemen sierden reeds het voorlopige graf. Eindelijk was het zover. Verschaeve's laatste wens was in vervulling gegaan : gerechtigheid was geschied !...dacht Eriksson op dat ogenblik.

Te Antwerpen blies Eriksson appel voor de ganse V.M.O. om op 24 juni hulde te brengen aan het graf van Cyriel Verschaeve.

Definitieve begraving, nasleep en gevolgen

In de haast had Eriksson die dag toch nog een 60-tal militanten kunnen bijeen krijgen. aangekomen In alveringem bemerkten ze een komen en gaan van bedevaarders. Toen ze rond het graf waren opgesteld bemerkten ze tot hun grote ontsteltenis dat de tombe open stond en....leeg was ! De Heer Bailleul verklaarde : "Het parket heeft hem weggehaald voor autopsie in de Rijksuniversiteit in Gent, professor Thomas is belast met het onderzoek. Maak u niet ongerust, tegen 4 uur wordt hij teruggebracht."

 

de geopende wachtkelder

Eriksson hield een speech, al was hij niet gerust in de ganse zaak. Terug in Antwerpen werd "krijgsraad" gehouden over de zaak Stewart. Ondanks zijn halstarrig ontkennen werd Bob Stewart uit de V.M.O. gestoten (zie nawoord). Vanaf hier is er een hiaat van anderhalve maand van wat er is gebeurd met het stoffelijke overschot van Verschaeve (verondersteld wordt dat het al die tijd in de wachtkelder op het kerkhof van Alveringem heeft gelegen). Eriksson organiseerde in die tussenperiode het N.E.C. (Nationalistisch Europees Congres) waar heel wat buitenlanders op waren uitgenodigd, en bereide de IJzerbedevaart voor, waar de V.M.O. militanten in smoke vest, en op de dreunende tonen van de landsknechtstrommels in Diksmuide opmarcheerden tot aan de IJzertoren, op kop een levensgrote grote foto meedragend van Verschaeve. Ze werden er door duizenden bedevaarders toegejuicht. Nadien werd in Alveringem een groet gebracht aan het (voorlopige) graf van Cyriel Verschaeve. De perslui en de B.O.B. namen er een kapitaal aan fotos !

De week na de IJzerbedevaart, kreeg Eriksson een naamloos telefoontje : "Op vrijdag 3 augustus, en dit in de vroege morgen en in alle stilte, zou Verschaeve definitief begraven worden". Snel verwittigde hij Vergauwen en ze vertrokken nog dezelfde nacht naar Alveringem. Daar aangekomen bemerkten ze reeds een aantal B.O.B.-wagens en enige werklui op het kerkhof. Ze begaven zich naar de wachtkelder waarin Verschaeve lag. Buiten de leden van het parket waren ook volksvertegenwoordiger Van Steenkiste, enkele leden van het Verschaevecomitee, Rik De Ghein en burgemeester De Baenst aanwezig. Ze keken verwonderd op toen ze Eriksson en Vergauwen zagen. De werklieden begonnen met het uithalen van de kist uit de wachtkelder. 

 

de kist wordt uit de wachtkelder gehaald

Vergauwen en Eriksson staken een helpende hand toe. Over de kist werd een leeuwevlag gedrapeerd en er volgde een korte plechtigheid in de kerk. Dan werd de kist door Eriksson, Vergauwen en leden van het Verschaevecomitee naar haar laatste rustplaats gedragen. 

       

korte plechtigheid in de kerk van Alveringem, vooraan Eriksson en Vergauwen

Aan de reeds geopende grafput (met houten bekisting) stond een betonmolen. Waarom dat ding daar stond scheen niemand van de aanwezigen te begrijpen, en er werd dan ook nauwelijks aandacht aan besteed. Plechtig werd de kist in de houten bekisting neergelaten, waarop deze werd dichtgenageld met een loodzwaar deksel. Plots kwam de betonmolen met veel lawaai beweging. En iedereen stond verbijsterd toe te kijken toen een stroom beton op de houten bekisting werd gegoten. Kruiselings werden dan ijzeren staven op het beton gelegd, en daarover kwam een nieuwe stroom beton. Zes ton beton werd op die manier in de put gegoten. Buiten het ronkende geluid van de betonmolen was het doodstil en stond iedereen sprakeloos. Alles werd met een spade gelijk gemaakt. Het was voorbij. Cyriel Verschaeve rustte opnieuw in gewapend beton.

Achteraf bleef er de vraag : waarom die betonnering ? Om mogelijke tegenstaanders later te beletten dezelfde stunt uit te halen ? Onzin ! Of was er een andere reden : lag Verschaeve werd degelijk in de kist ? Of was hij in het Akademisch Ziekenhuis in de verbrandingsoven gegooid ? Zou dit geen prachtige manier geweest zijn van de belgische staat om wraak te nemen ? Stel je voor : duizenden bedevaarders die in de loop der jaren hulde komen brengen aan een leeg graf ! Er hangt inderdaad tot op vandaag een waas van geheimzinnigheid rond deze betonnering.

   

Neerlaten van de kist in het definitieve graf en de omstreden betonnering van het graf

Enkele dagen later werd in aanwezigheid van honderden Vlamingen een plechtige rouwdienst gehouden. Van Steenkiste en Karel De Kandelaere hielden eraan een verzoenende toespraak te houden. Eriksson, het hart vol wraak, hield een vlammende toespraak die bij de aanwezigen een sterke indruk naliet. Op zondag 7 oktober 1973 was er een plechtige zerkinhuldiging te Alveringem. Enorm veel volk. De kerk bleek te klein voor de honderden Vlamingen die piëteitsvol de nagedachtenis van Verschaeve kwamen eren. Toen de eredienst ten einde liep schaarde de V.M.O. zich rond het graf. Pastoor Elias Dupon en de abten van Steenbrugge en Tongerloo zegenden het graf. Bailleul haastte zich naar Eriksson en fluisterde hem toe geen toespraak te houden. Hij was het ook niet van plan. Hij herinnerde zich nog de verontwaardiging van Vlaanderen enkele maanden geleden. Het was over.

 

Inhuldiging grafzerk

Tot in januari zowel bij Eriksson als bij anderen huiszoekingen worden gehouden. Men is op zoek naar documenten waaruit kon blijken dat ze betrokken waren bij de Operatie Brevier. Ze vonden het dagboek van Eriksson en begonnen het ijverig te lezen. Op vragen wat "B" meermaals te betekenen heeft antwoordt hij "Brevier". Ze slaakten geen kreet van victorie. Ze wisten immers al lang waar het kalf gebonden lag. Ze namen het dagboek niet mee. Wel een ouderwetse kader met daarin een foto van Verschaeve en het stukje stola. Enkele minuten later zijn ze er terug. "We zijn het dagboek vergeten mee te nemen..." De maanden gaan voorbij. Het verwachte succes van de V.M.O. blijft uit. Het  T.A.K (Taal Aktie Komitee) van Piet De Pauw boekt intussen succes op succes. Bij de V.M.O. worden de akties die worden gepland nog bekend vóór ze kunnen worden uitgevoerd....Eriksson zoekt zondebokken binnen de V.M.O. De ene na de andere "zwetser" wordt eruit gegooid. Hij wordt agressief en een ineenstorting nabij.

Enkele dagen later telefoon van commissaris De Bode van de gerechtelijke politie. "Armand (Bert) zijt ge bereid bekentenissen af te leggen ?" Eriksson zegt hem bereid te zijn, zijn aandeel in de verantwoordelijkheid  te nemen. Ze spreken af de volgende morgen om 9u op het kantoor van De Bode. Hij verwittigt Vergauwen en Spinnewijn. Vergauwen is zoals steeds in paniek. Spinnewijn antwoordde : "Hou je kloek !". Enkele minuten later komt ook Buisseret de Odal binnen . Hij moest die avond nog bij De Bode komen...."Hou me op de hoogte en tot straks" zei Eriksson. Het werd laat in de avond en nog geen teken van Buisseret. Eriksson begon zich ongerust te maken en belde zijn vrouw op. Ook zij wist van niets. Tegen 22u kreeg hij bericht van Buisseret's echtgenote dat Xavier onder aan houdingsmandaat was geplaatst. Welk een smeerlapperij ! Eriksson verwitigde de overige 5. Spinnewijn, Vergauwen en De Baets besloten onder te duiken. Vandendriessche ging enkele weken op "zakenreis". Eriksson besloot te blijven. Het had geen zin het gerecht te ontlopen. Hij belde André Beutels op en vroeg hem de voorlopige leiding van de V.M.O. op zich te nemen indien hij eveneens aangehouden zou worden. Alles wees namelijk in die richting. Hij gelastte eveneens Jules Borghijs, Beutels bij te staan. (Later toen de leiding van de V.M.O. zich in arrest bevond, zou deze man van de gelegenheid gebruik maken om een dubbele rol te spelen : hij richtte namelijk "Wolfsangel" op, en werd om die reden dan ook door de leiding uit de V.M.O. gesloten)

De bewuste morgen, in plaats van zich te gaan aanbieden, bleef Eriksson in zijn bed liggen. ze zouden hem wel komen halen dacht hij. En ze kwamen hem inderdaad halen en brachten hem bij De Bode. ""Awel, is da neige neur...(negen uur)" zei die. Eriksson haalde schouders op. In het kort kwam het hier op neer dat van Eriksson verwacht werd de namen te geven van de andere deelnemers aan de Operatie Brevier. Eriksson weigerde en werd geconfronteerd met Buisseret die inmiddels in Brugge opgesloten zat. Ondanks het voorstel van De Bode om in ruil voor de namen onmiddellijk in vrijheid gesteld te worden blijft Eriksson weigeren. Hij mag even van gedachten wisselen met Buisseret. Volgens Xavier zouden de namen toch bekendgemaakt worden bij de persconferentie over de Operatie Brevier die ze nog wilden geven in de toekomst. Eriksson blijft bij zijn weigering om namen te noemen maar laat Buisseret de vrijheid namen te noemen als hij dat wil doen. Even later geeft Buisseret de namen. De Bode komt bij Eriksson en vraagt de namen te bevestigen. Eriksson blijft weigeren. "Jammer voor Xavier, maar dan moet hij ook maar aangehouden blijven" zegt De Bode. Dezelfde avond wordt Eriksson overgebracht naar de Begijnenstraat (gevangenis Antwerpen) en wordt "onder bijzondere bewaking" geplaatst (dit betekent elke 10 minuten controle via het kijkgat in de celdeur). De volgende dag wordt hij overgebracht naar de Rijkswachtbrigade van Veurne en ondervraagd door onderzoeksrechter Colle. Een jonge man,  advocaat en nu onderzoeksrechter. Ze worden beschuldigd van "grafschennis" (hoe durven ze !) Opnieuw weigert Eriksson de namen te bevestigen. Ondanks een nieuwe confrontatie met Buisseret. Ze worden opnieuw afgevoerd naar de gevangenis, waar ze bezoek krijgen van een zeer begrijpende aalmoezenier ("Er lopen toch nog heiligen rond, zou Eriksson later in zijn dagboek schrijven"). Enkele dagen later wordt een andere zoon van  Spinnewijn geboeid binnengebracht. ze hadden de verkeerde te pakken. Roger en zoon blijken ondergedoken. Nog dezelfde dag wordt de jonge Spinnewijn weer vrijgelaten. In volgorde worden de dagen erna ook Stewart en De Baets aangehouden. Waar blijven de anderen ? Onderduiken heeft nu nog weinig zin. Via "De Gazet Van Antwerpen" doet Eriksson een oproep tot de andere leden van de operatie om zich onverwijld aan te melden. Intussen wordt in Antwerpen een betoging voor hun vrijlating voorbereid. Dagelijks komt de aalmoezenier vragen of ze iets nodig hebben. Zoveel naastenliefde ! Brave man ! Intussen geeft Roger Spinnewijn zich gevangen. De vrijdag daarop verschijnen ze allen voor de Kamer van Inbeschuldegingstelling te Gent. Ondanks het frankofone hof en de felle aanval van het Openbaar Ministerie wordt het aanhoudingsmandaat niet bevestigd. Ze zijn vrij.

Het is vrijdag 22 februari 1974. Zaten in voorhechtenis : Buisseret 13 dagen, Eriksson 11 dagen, Stewart 9 dagen, De Baets 10 dagen en Roger Spinnewijn 1 dag. De geplande betoging wordt afgelast.

Eriksson is intussen de vele kritieken beu en komt terecht in een neerwaartse spiraal. Overal kritiek.  Ook binnen zijn familie. Maar hij trekt het zich weinig aan, het zal hem allemaal worst wezen. Hij is het V.M.O. leiderschap toch al lang beu. In 1974 bij de Bormsherdenking moet Eriksson een spreekbeurt houden. Het kan hem echter gestolen worden, ondankbaar Vlaanderen, en hij blijft in zijn bed liggen. Gerechtvaardigde verontwaardiging bij de jongens van de V.M.O. Hij duwt Buisseret de ganse "V.M.O.-rommel" in de handen en zegt dat hij er maar zijn plan moet mee trekken. De nieuwe leiding geeft een persconferentie : het ontslag van Eriksson. Het komt in alle kranten. De meningen zijn verdeeld, zowel binnen de V.M.O. als binnen de Vlaamse Beweging. Sommigen vragen hem zijn ontslag in te trekken. Hij weigert. Onzerkerheid, vertwijfeling sluipt in de rangen. De V.M.O. staat op het punt ineen te storten. Buisseret doet zijn best en slaagt erin de jongens achter zich te scharen.

Zondag 28 april 1974 :  herdenking 100ste verjaardag Cyriel Verschaeve te Ardooie. De gemeente heeft niets onverlet gelaten om aan het gebeuren een groots cachet te geven. Het ganse weekend is gewijd aan onze grootste dichter en denker. De V.M.O. neemt 's zondags deel aan de inhuldiging van de gedenksteen en aan het feestmaal. Tijdens de dis worden zij  door de feestleider voorgesteld : "De 7 van Operatie Brevier". Frakties van seconden blijft het doodstil, de honderden aanwezigen bekijken voor de eerste maal "de 7". Dan breekt het los : de honderden bedevaarders, kloosterzusters, paters, priors, geestelijken...veren als één man recht en brengen een staande ovatie.  In de nacht van 3 op 4 mei werd de gedenkplaat in Ardooie door belgische barbaren verbrijzeld. Eriksson legt als "chef" van de 7 een vlammende verklaring af : "belgië is uw voornaam, haat uw familienaam...." Een honderdtal Vlamingen troosten zich de moeite hun deelneming uit te drukken. Zetelend Vlaanderen verroert zich echter niet. Laf Vlaanderen !

 

6 van de 8 uitvoerders van Operatie Brevier (De Baets en Stewart ontbreken)

In september wil een "onderwereldfiguur" met name Verhoye een schandstuk over Verschaeve opvoeren. De première zou doorgaan in 't Natiepeerd te Antwerpen. Eriksson mag een verklaring afleggen voor de BRT (VRT). Ze wordt niet eens uitgezonden. Aan 't Natiepeerd komt het tot een veldslag tussen leden van de V.M.O. en Were Di en anderszijds leden van AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders). Het "rode gespuis" moet het onderspit delven. Het loopt intussen volledig uit de hand. Er is een poging tot brandstichting in 't Natiepeerd en er zou een gasbom in het theaterzaaltje tot ontploffing worden gebracht (dit laatste met medewerking van Eriksson). Beide pogingen mislukken. De uitvoerders kwamen uit V.M.O. rangen. De week na de brandstichting deed Eriksson de blunder van zijn leven. Hij belde De Bode (de gerechtelijk commissaris) op en bekende dat hij de dader was van beide akties. Hij viel echter snel door de mand als het op details aankwam wat de brandstichting betrof. "Ge zijt met mijn voeten aan het spelen" zei De Bode. Wat de gasbom echter betrof, zei de commissaris dat er niet zou vervolgd worden gezien het misdrijf niet werd uitgevoerd. "Op zijn erewoord als officier". Eriksson trapte met open ogen in de val. ( De zaak met de gasbom zou hem later 2 maanden kosten). Iemand van de gerechtelijke diensten legde voor de pers een verklaring af dat Eriksson bekend had.  En andermaal werd hij onder aanhoudingsmandaat geplaatst. Gebroken als een wrak. Buisseret en anderen hielden krijgsraad en zonder Eriksson ook maar gehoord te hebben werd hij uit de V.M.O. gestoten. Dit had hij hij zelfs Stewart niet aangedaan, die mocht zich nog verdedigen. Eriksson als oprichter van de "nieuwe" V.M.O. werd aan de dijk gezet.

Toen hij voor de Raadkamer verscheen grinnikte het Hof. "Van je vrienden moet je het hebben" En hij werd vrijgelaten. Terug in de Odal riep Eriksson Buisseret ter verantwoording. "Gans de stad is tegen u Bert" zei Xavier. "Gij had beter moeten weten en wachten tot ik vrij was" reageerde Bert. Later die avond dacht hij aan alles wat was gebeurd. Solbad Hall, de verkenning, de ontgraving, het verbergen van de stoffelijke resten, de begraving....En nu zat hij hier alleen tegen het dodenmasker aan te kijken. Hij belde Rik De Ghein en vroeg of hij de volgende dag langs kon komen. Hij vertelde hem de ganse waarheid : zijn blunder, hun houding. "U zou er even uit moeten" zei De Ghein, "zijt ge gelovig ?" Eriksson knikte bevestigend, hij sprak alle dagen met God. De Ghein draaide een nummer en vroeg naar Vader Abt. Pater Abt Seynhave van de Abdij van Westvleteren was akkoord Eriksson voor onbepaalde tijd onderdak te geven. Ontroerd dankte hij De Ghein en vertrok.

Op zondag 6 oktober trok hij alleen naar de Verschaeve herdenking in Alveringem. Wee diegen die hem met de vinger zou wijzen. Niemand deed het, integendeel, hij werd langs alle kanten de hand gedrukt. Nochtans, was zijn hart leeg en uitgeblust, want de V.M.O. marcheerde triomfantelijk door de straten...zonder hem. Dat er, buiten Buisseret, geen enkele deelnemer van de Operatie Brevier mee opstapte was een schrale troost. Enkele dagen later nam Eriksson ongeveer 80 valiums en ging naar zijn moeder om te sterven. Toen hij bijna in een tijdloze slaap was terechtgekomen verwittigde zijn vrouw de hulpdiensten. 20 minuten later werd zijn maag leeggepompt. Iets later en hij zou er geweest zijn, zei de dokter. Eriksson knikte onverschillig. Terug thuisgekomen veegde zijn echtgenote hem de mantel uit. Of hij niet aan haar en de kinderen dacht ?. Nee, hij dacht enkel aan de V.M.O.

  herdenking zonder Eriksson

Enkele dagen later vertrok hij naar de abdij van Westvleteren, en werd door de pater Abt en Prior minzaam ontvangen. Hij kwam terecht in een wereld van vasten, versterving, van regelmaat en kuisheid. Kortom zaken waar hij zich vooraf weinig had van aangetrokken. Hij nam deel aan het contemplatief leven van de monniken. Lange wandelingen in het bos, bezoeken aan het beeld van de Heilige Maagd, en stilaan kreeg hij weer innerlijke rust. Op een dag kreeg hij een witte monnikspij over zijn hoofd. Hij zeemde de ruiten, en begon Gregoriaanse gezangen, op vraag van een gastenbroeder, op schrift te stellen. De Sint-Sixtus abdij brachten Eriksson terug het innerlijke en geestelijke evenwicht. En enkele weken later, bij het afscheid kreeg hij de zegen van Vader Abt. Het waren voor Eriksson de mooiste weken van zijn bestaan. Zelfbewust zette hij koers naar Antwerpen en naar de V.M.O., vastbesloten de strijd terug aan te binden.

 

VMO vlag "Operatie Brevier"

Nawoord

- Op 10 februari 1976 werd door de Raadkamer van Veurne de zaak "Operatie Brevier" buiten vervolging gesteld ! Drieëndertig maanden na de triomf.

- Bob Stewart zou uiteindelijk toegeven, in aanwezigheid van juffrouw Timmermans, Vergauwen en Eriksson dat hij het verhaal had "verkocht" aan de Gazet Van Antwerpen, voor 20.000 fr (500 EUR). Kort daarna verhuisde hij naar Zuid-Afrika, en er werd nooit nog iets van hem gehoord.

- Van de zinken kist zijn uiteindelijk slechts enkele kleinere fragmenten bewaard gebleven. Het grootste deel werd vernietigd toen de huiszoekingen begonnen. Het dagboek en de kader met het stukje stola dat door de B.O.B werd meegenomen,  werd later aan Eriksson wel terugbezorgd.

- Ook andere deelnemers van de Operatie Brevier moeten hun mond voorbij gepraat hebben, want meer dan waarschijnlijk waren ook volgende personen van de aktie op de hoogte : Dom Amandus, Herman Geschier, Ilse Carola Salm, Pater Brauns, Jan Nuyts en meer dan waarschijnlijk Rik De Ghein. Door wie of wanneer en hoe dit gebeurde is nooit uitgekomen.

- Het dient gezegd te worden, dat zolang Verschaeve begraven lag in Solbad Hall, er jaarlijkse bedevaarten werden ingericht. Eens begraven in Alveringem bleek Vlaanderen Cyriel Verschaeve vergeten te zijn.

- Rond de definitieve begraving van de resten van Verschaeve blijft tot vandaag een waas van geheimzinnigheid hangen. Gezien de betonnering, zal de vraag steeds blijven bestaan of Verschaeve nu al dan niet in Alveringem begraven ligt.

 

1979 - toespraak aan het graf van Verschaeve door R. Spinnewijn 

- Op 4 mei 1980 werd de laatste V.M.O. optocht in uniform gehouden in Alveringem en werd de herbegraving van Cyriel Verschaeve 7 jaar voodien herdacht. Aanwezig waren daarbij Ward Hermans, Jef François en Rik De Ghein. Kort daarna werd de V.M.O. bij wet verboden als zijnde "privé militie" en werden vele militanten beloond met gevangenisstraffen.

 

1980 - zittend vlnr N. Verbeeck, A. Eriksson, W. Hermans, J. François, R. De Ghein en R. Spinnewijn

 

Laatste dienstbericht in 1980 voor de Verschaeve herdenking

 

"Cyriel Verschave, uw laatste wens is in vervulling gegaan.
Wij vragen u daarom ook slechts één gunst :
sta de V.M.O. bij"

A. Eriksson

 

Operatie Brevier herdenking  2012 -  40 jaar later

Naar aanleiding van de veertigste verjaardag van het opgraven van de stoffelijke resten van Cyriel Verschaeve in Solbad-Hall in Oostenrijk, werd op zondag 13 mei 2012 een herdenking gehouden te Alveringem.

Zo'n honderdvijftig Vlaams-nationalisten woonden in de laat-gotische hallenkerk Sint-Audomarus te Alveringem de plechtige eucharistieviering bij ter ere van Cyriel Verschaeve. De mis werd opgedragen door de kranige E.H. Cyriel Moeyaert. In de homilie bracht hij op een aangrijpende wijze hulde aan Cyriel Verschaeve,  die in deze kerk gedurende achtentwintig jaar kapelaan was, van 1911 tot 1939.

Op het kerkhof werd een grafhulde gebracht aan Cyriel Verschaeve. Elke Serpieters verzorgde, met haar prachtige en frisse stem, de bindteksten tussen de liederen en de voordrachten. Als eerste spreker kwam Jim Spinnewyn aan het woord. Hij is de zoon en de broer van twee commandoleden die de resten van Cyriel Verschaeve hebben opgegraven. Jim Spinnewyn hekelde de politiek van de geleidelijkheid die geen enkel gunstig resultaat biedt aan Vlaanderen.

 

 

Als tweede spreker kwam Luc Vermeulen aan het woord. Zoals vele andere Vlamingen had hij destijds een bedevaart per autostop naar Solbad-Hall ondernomen. Toen hij in 1973 via de pers vernam dat een commando onder leiding van Bert Erikson de resten van Cyriel Verschaeve had opgegraven en terug naar Vlaanderen had gebracht, was Luc eerder sceptisch. Een zinvolle bedevaart naar het graf van een groot Vlaming in Oostenrijk was daardoor weggevallen. Kort daarop vernam Luc Vermeulen dat het de innige wens was van Cyriel Verschaeve om in Vlaamse grond te worden begraven. Luc begreep en respecteerde het verlangen van de kapelaan en hij kon er zich volledig in vinden. Trouwens, door deze clandestiene actie werd het belgisch establishment een neus gezet. Deze gewaagde onderneming werd Operatie Brevier genoemd. Het lichaam werd te Alveringem herbegraven en later werden er acht Vlaamse oud-strijders, met de typische Vlaamse kruisen, naast het Verschaevegraf bijgezet.

Daarna volgde een stijlvolle bloemenhulde door het VNJ op het graf van Verschaeve. Bloemen werden overhandigd aan twee overlevenden van Operatie Brevier, namelijk Roger Spinnewyn en Xavier Buiseret. De weduwe van de betreurde Bert Erikson mocht eveneens een bloemstuk in ontvangst nemen. De plechtigheid werd afgesloten met het Wilhelmus en een daverende Vlaamse Leeuw.

(Bron :  Voorpost website).

 

Een lied...drie...vier !

Teksten van Cyriel Verschaeve werden ook op muziek gezet. Eén van de bekendste teksten is de Vlaamse eed "Trouw aan Vlaanderen" muzikaal bewerkt door toondichter Jef Van Hoof.

O land van roem en rouwe,
van liefde en lijdensnood,
gij wordt weer vrij en groot !
Wij zweren , houe troue
U Vlaandren,
tot der dood !

Beluister dit lied (solist Jan Joris, orkest Francis Bay)

 

Bronnen
"Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging"  aangepaste versie (met toevoeging van eigen ervaringen en inzichten)
"Broederband" september 1965
"Were Di"  BD nr 1985/0987/2
"Verschaeve getuigt" Dirk Vansina
"Operatie Brevier" Bert Eriksson - brochure 1e druk
"Operatie Brevier" Bert Eriksson 2e druk uitgeverij TYR

Literatuur
Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging
Mis- en Gebedenboek van den Vlaamschen Soldaat - Joe English
Broederband
Were Di - Bert Van Bochout
Operatie Brevier - A. Eriksson (aangepast naar eigen inzicht)

Fotos en afbeeldingen
E. Barbaix, Gent - Vlaamse Wereldreeks (portret)
Mis- en Gebedenboek van den Vlaamschen Soldaat - Joe English (heldenkruis)
Broederband
  september 1965
Privé Archief
Archief J. Eggermont
Encyclopedie Vlaamse Beweging

 

Franse preken        Teeractie      Diverse acties    Taalgrensacties    Delta     Wolfsangel    

Historiek                Heldenhulde