Operatie Delta

 

Voorgeschiedenis  

Staf de Clercq (°1884 - †1942) 

Staf De Clercq, geboren te Everbeek op 16 september 1884, die als onderwijzer de verfransing te Brussel en op de taalgrens lijfelijk ondervindt, is vanaf 1911 actief in taalgrensacties. Zijn Vlaamsgezindheid koppelt hij aan een verdediging van de katholieke moraal tegen verfransing en onzedelijkheid.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog evolueert de oorlogsvrijwilliger De Clercq, hoewel hij gematigd blijft, in dezelfde richting als de Frontbeweging. Van 1919 tot 1932 is hij Kamerlid voor de Frontpartij in het arrondissement Brussel.

In het ideologisch verdeelde Vlaams-nationalisme is hij vooral een brugfiguur. Hij kant zich tegen het fascistische gedachtegoed van Joris van Severen. Tegelijk werpt hij zich op als een anti-belgicist. Begin 1933 wordt hij voorzitter van een comité dat het partijpolitieke Vlaams-nationalisme moet herenigen. Hij meent dat het Vlaams-nationalisme ideologisch vernieuwd moet worden. De stichtingsproclamatie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) van 8 oktober 1933 huldigt het Dietse anti-belgicisme en de rechts-autoritaire principes van de radicale West-Vlamingen. Voor deze tegemoetkoming wordt De Clercq op papier de autoritaire leider. Hij raakt in conflict met de gematigde partijleden.  

 

Gent 1936, VNV leiding, Staf De Clercq, Hendrik Elias, Raymond Tollenaere

De verkiezingsoverwinning van het VNV in 1936 verstevigt zijn positie. Hij dwarsboomt de gematigde VNV-vleugel door met Diets-revolutionaire taal elke samenwerking met andere partijen onmogelijk te maken.

De Clercqs houding voor de oorlog is dubbelzinnig. Hij acht een neutrale status van België de beste garantie om buiten een nieuwe oorlog te blijven, maar zoekt toenadering tot Nazi-Duitsland als voorbereiding op een nieuw activisme.

De Vlaams-nationalistische parlementsleden onderschrijven op 14 mei 1940 het ordewoord "geen tweede activisme", maar reeds op 3 juni 1940 voert De Clercq besprekingen met het Duitse Militaire Bestuur. Hij stelt zijn beweging "volledig ter beschikking met raad en daad". Bij zijn dood zat het VNV tot over de oren in de collaboratie. De Clercq meende dat de vlucht vooruit de beste verdediging was.

Staf De Clercq betreedt podium Kesterheide mei 1935

In oktober 1942, volledig uitgeput, moet hij rust nemen in een kliniek in Gent. Hij sterft op 22 oktober 1942, 58 jaar oud. Het V.N.V. telt op dat ogenblik meer dan 100.000 leden. De lijkplechtigheid op de Grote Markt in Brussel is een indrukwekkende betoging. Zijn stoffelijke overschot wordt bijgezet in een praalgraf op de Kesterheide, en de Zwarte Brigade (het vroegere M.O.) houdt er de eeuwige wacht. Tot de krijgskansen keren.

In 1944 blazen gewapende bendes het praalgraf gedeeltelijk op en halen de zware kist uit het graf. Door de explosie is het deksel van de kist weggeslagen en is het stoffelijk overschot zichtbaar. De burgemeester van Leerbeek zorgt voor een paard en kar om de kist over te brengen naar het kerkhof van Kester, maar aan het kruispunt Asse-Edingen-Ninove botst de onwaardige stoet op een groep gewapende weerstanders die het lijk opeisen. De kist wordt dan meegesleept van kroeg naar kroeg. Het stoffelijke overschot van Staf De Clercq wordt bespuwd, de haren uit de baard getrokken, de schedel met een pikhouweel bewerkt. Na de nachtelijke orgieën wordt de kist gedeponeerd langs de weg. De burgemeester van Kester weigert een begrafenis zodat het stoffelijke overschot van Staf De Clercq naar Leerbeek wordt overgebracht. Ergens in een verloren hoek van het kerkhof werd een stuk grond gevonden dat normaal niet geschikt was voor een begrafenis. Er werd een kuil gemaakt en zonder verdere plichtplegingen werd de kist met de voeten naar de muur in de put gelaten. Geen laatste zegen van een priester, geen kruis op het graf, niets !

(Voor een uitgebreide biografie over Staf De Clercq verwijzen we naar de rubriek "Heldenhulde")

 

Alarm nummer over Staf De Clercq

Operatie Delta

In 1968 werd schrijlings boven Staf De Clercq, Frans Helpers begraven, een inwoner van Leerbeek. Het nieuws verspreidde zich snel in de streek en daardoor kwamen enkele nationalisten te weten waar zich het graf ongeveer moest bevinden (aldus het relaas van wijlen Jan Brans, hoofdredacteur van Volk en Staat en nauwe medewerker van de V.N.V. Leider).

In 1969 kwamen enkele honderden nationalisten bijeen op de Kesterheide om Staf De Clercq te herdenken. Op het kerkhof van Leerbeek werd tegen de muur waar vermoed werd dat het graf van Staf De Clercq zich zou bevinden een krans gehangen. Enkele brave oproepen, en voor de rest ging iedereen huiswaarts, het naamloze graf achterlatend.

De weduwe van de V.N.V. Leider heeft in haar leven alles ondernomen omdat haar echtgenoot bijgezet zou kunnen worden in het graf dat zij reeds had laten optrekken; er was plaats gemaakt voor twee lichamen. Het mocht niet baten; belgië bleef keihard : "hij ligt er en hij ligt er goed!" was hun redenering. Vierendertig jaar heeft de V.N.V. Leider in een slijkgreppel gelegen, een naamloos graf, maar ook een schande voor Vlaanderen dat niets heeft ondernomen om een einde te stellen aan deze wandaad. Vierendertig jaar is daar over heen gegaan tot de V.M.O. kwam. De verguisde V.M.O. van Bert Eriksson !

 

Detail restanten praalgraf Kesterheide

"Vlaanderen is oud en dom en zijn volk een knechtenvolk dat niet waard is dat wij er het beste voor geven..." (Raymond Tollenaere)

De voorbereiding

Achter de tapkast van lokaal Odal was het Bert Eriksson ter ore gekomen dat op het kerkhof van Leerbeek enkele percelen zouden ontruimd worden. Daartussen moest ergens Staf De Clercq liggen, samen met drie Duitse soldaten beweerde men. Allerlei geruchten hierover deden de ronde in Vlaams-nationale kringen. Op dat ogenblik was de echtgenote van Staf De Clercq reeds overleden. Jan Brans bevestigde deze geruchten.

Het ruimen van de kerkhofpercelen bleef dagen lang door het hoofd spoken van Eriksson. Hij dacht aan de Operatie Brevier enkele jaren daarvoor en wat toen kon moest ook nu kunnen : het naamloze graf opsporen, het stoffelijke overschot opgraven en tenslotte een waardige begraafplaats geven. Maar meer dan deze informatie was er niet. Het kerkhof van Leerbeek en een hoek op het kerkhof. Links en rechts inlichtingen gevraagd...niets. Desondanks gaf Bert de moed niet op. Het lek in de operatie Brevier indachtig besloot hij zijn plannen nog even voor zichzelf te houden. De tijd drong evenwel en er moest snel gehandeld worden om :
- een einde te maken aan 34 jaar schande, zowel voor belgië als voor Vlaanderen
- voorkomen dat het gebeente zou vernietigd worden
- Staf De Clercq bijzetten in het familiegraf, waar zijn weduwe op hem lag te wachten

Met de negatieve aspecten van operatie Brevier nog levendig in gedachten moest er dit keer selectiever omgegaan worden in de keuze van de deelnemers.
Allereerst nam hij Dolf Goossens in vertrouwen, die enthousiast reageerde op het initiatief. Er werd afgesproken naar Leerbeek te rijden om poolshoogte te nemen in één of andere boerenkroeg om er eventueel foto's te nemen van het kerkhof. Ze zouden zich uitgeven als vrijetijdsjournalisten die zinnens waren een verhaal te schrijven over meneer De Clercq. Aangezien Eriksson in die periode nogal een veelvuldig gezien persoon was, besloot hij zich enigszins te vermommen. een hoed, snor en donkere bril moesten zijn uiterlijk wat veranderen.

Pal over het kerkhof bevond zich een boerencafé, en toen zij het café binnenstapten bevond er zich buiten de waardin niemand. Ze bestelden beiden een koffie en vroegen de waardin iets mee te drinken. Zoals afgesproken stelden zij zich voor, maar de waardin moest ontkennend antwoorden op de vragen. Ze had nog nooit iets van Staf De Clercq gehoord. Teleurgesteld verlieten Bert Eriksson en Dolf Goossens het boerencafé. 

Het kerkhof lag rondom de kerk en zag eruit zoals ieder kerkhof, oude en nieuwe zerken, jonge en oude mensen, verzorgde en onverzorgde graven. Hun rondgang was bijna ten einde en niets wees er op waar de stoffelijke resten zich zouden kunnen bevinden, in de veronderstelling dat ze daar nog ergens lagen. Toen Bert en Dolf rond de kerk gingen om het laatste rijtje graven te bekijken liepen ze pardoes tegen een oude man die op een stoel gezeten een pijp aan het roken was. De oude man bekeek hen nieuwsgierig en moet gemerkt hebben dat ze vreemden waren in de streek. Zij openden het gesprek met hetzelfde verhaal dat zij de hospita hadden wijsgemaakt. Er glinsterde iets van belangstelling in zijn oude, maar toch nog pientere ogen. Verbluffend snel voor zijn ouderdom rees hij op vanuit zijn stoel. "Kom" zei hij met krakende stem en wees met zijn benige vinger naar een bepaalde plaats. Zij volgden hem met grote nieuwsgierigheid. Voor het graf van Frans Helpers bleef hij staan. "Mijn oom" vertelde hij hen, "overleden in 1968. En daar ligt de Staf" wees hij rakelings naast het graf van zijn oom. "Hij ligt er bijna onder" vertelde hij hen verder, "als we het graf van mijn oom graafden, zag ik de laarzen van de Staf".

Dolf en Bert luisterden met grote gretigheid, het was een verhaal waarop zij nooit hadden durven hopen, het was een kompleet verhaal. Erikssons gedachten gingen het verleden in, operatie Brevier, de twee grafdelvers op het kerkhof van Solbad Hall, ook zij hadden toen de weg gewezen naar de schijnbaar onvindbare schat. Wat een gelijkenis met Solbad Hall; twee aartsengelen leunend op hun spaden (zie Operatie Brevier) en daar op het kerkhof te Leerbeek, een aartsengel zittend op een stoel. Ze dankten de engel des Heren en beloofden hem te vermelden in het verhaal.

Terug thuis werd stilaan begonnen de ploeg samen te stellen. Dolf en Bert veronderstelden dat acht deelnemers een goed getal zou zijn. Eén graver, twee helpers, drie uitkijkposten en twee autovoerders. Het materiaal : twee houwelen, twee spaden, handschoenen, touw, zeildoek, lange staken, zaklamp en jutezak en zoals bij de operatie Brevier, een boodschap op perkament.

Nadat de ploeg was samengesteld, gingen ze allen op een avond op verkenning naar Leerbeek. Omstreeks 23.30 uur kwamen zij aan op het kerkhof en bemerkten dat het café gesloten was, het kleine dorpsplein met als centrum de kerk en begraafplaats was vaag verlicht. In de grootst mogelijke stilte werden de taken en plaatsen van de deelnemers aangewezen, ook een alternatieve vluchtweg werd aangeduid, en er werd iedereen op het hart gedrukt zwijgzaam te zijn tegenover anderen.

Enkele weken voor de operatie die inmiddels Operatie Delta werd gedoopt, gingen Dolf en Bert nog eens ter plekke om foto's te nemen van elke hoek van de kerk en de begraafplaats. Tot op dat ogenblik was er nog niets uitgelekt . De "Delta" ploeg bleek zwijgzamer dan die van Brevier. Operatie Delta zou worden uitgevoerd op 6 december 1978.

De uitvoering

De dag van de uitvoering had het licht gevroren, echter niet genoeg om de plannen voor die dag te dwarsbomen. Omstreeks 23.30 uur werd vertrokken met twee wagens. Onderweg werd weinig gezegd. Waarschijn lijk was ieder voor zichzelf aan het denken, geslagen om wat er zou komen. Even over middernacht kwamen ze aan in Leerbeek. Zoals de vorige maal was het café gesloten en van de vage dorpsverlichting was één lamp uitgeschakeld, wat uiteraard goed uitkwam. In alle stilte werd het werkmateriaal uitgeladen en overgebracht op het werkterrein. De kuil waarin de stoffelijke resten van Staf De Clercq zich moesten bevinden werd afgespannen met het tentzeil, zodat het licht van de zaklamp niet zichtbaar zou zijn voor onbevoegden.

Iedereen had zijn plaats ingenomen. Dolf, Bert en Dirk Van Reeth zouden de gravers zijn. Dolf Goossens, amateur archeoloog, zou de hoofdgraver zijn.
Buiten alle verwachtingen ging het graven vlot, rakelings naast het graf van Frans Helpers stootte Dolf na een goede drie kwartier op stoffelijke resten en stukken zink. Toen de eerste fragmenten gevonden werden van wat ooit eens een uniform zouden kunnen geweest zijn, hadden wij zekerheid dat het hier om Staf De Clercq ging. Dolf overhandigde aan Bert de uniformresten, zinkfragmenten en beetje bij beetje de stoffelijke resten van de gewezen VNV leider Staf De Clercq. Voorzichtig werd alles op een jute zak gelegd, zodat Dolf nauwkeurig kon zien wat eventueel nog ontbrak aan het stoffelijk overschot. Na een goed anderhalf uur had de groep, op een dijbeen na, het ganse stoffelijke overschot.

Een hond begon fanatiek te blaffen en wist van geen ophouden, waarschijnlijk was één of andere kater hem aan het uitdagen. "Kom" zei Eriksson, "ons werk zit erop". In de open kuil werd een perkamenten rol gedeponeerd met daarop de tekst (kalligrafisch neergeschreven door Berts echtgenote) :

Op datum van 7 december 1978 is een V.M.O.-commando er in geslaagd de stoffelijke resten van de Leider van het V.N.V., Staf De Clercq, op te graven om bijgezet te worden in gewijde grond. De V.M.O. heeft hiermee een einde gesteld aan één der meest onterende aanslagen de Vlaamse Beweging aangedaan. Leerbeek, 7 december 1978.
De V.M.O.

De uitgehaalde grond werd terug in de kuil geworpen. De uitkijkposten waren inmiddels verkleumd, het werk had zowat twee uren in beslag genomen. De stoffelijke resten werden in een jute zak gedaan, en dolgelukkig verliet het commando het dorp Leerbeek. Gerechtigheid was geschied !

Nog diezelfde nacht bracht Bert Eriksson de "schat" naar de kelder van zijn moeder. Thuis aangekomen, het was inmiddels vier uur in de morgen geworden, telefoneerde hij naar Rita Vermeir van de krant "Het Volk". Hij vertelde haar het goede nieuws en zij beloofde een goed artikel. Na enige uren geslapen te hebben bracht Bert Jan Nuyts van " 't Palieterke" op de hoogte (waarom hij dit deed wist hij zelf niet op dat ogenblik gezien de man de V.M.O. onder Eriksson nooit eerlijk heeft behandeld). Ook Rik De Ghein van het IJzerbedevaartsecretariaat werd op de hoogte gebracht. "Proficiat Bert, maar laat in Godsnaam Joris Van Severen liggen waar hij ligt !" vertelde hij aan de telefoon.

In de namiddag gingen Dolf en Bert naar Berts moeder. Dolf zou het gebeente terug op de plaats leggen waar het hoorde, in afwachting dat een doodskist werd aangekocht. Het ordenen ging tamelijk vlot en zoals reeds eerder vastgesteld ontbrak aan het skelet enkel het linker dijbeen. In de schedel bemerkten we duidelijk het gat veroorzaakt door het pikhouweel gehanteerd door één der partizanen-beestmensen. ook enkele restanten ven het V.N.V. uniform zagen na 34 jaar terug het daglicht : de kraagspiegel met de palmen, schouderriem, wit knoopje van onderhemd en fragmenten van het uniform. Toen alles lag zoals het hoorde te liggen namen ze enkele foto's. Stil keken ze beiden toe : in een kelder op de grond uitgespreid lagen de resten van meneer Staf De Clercq, bij leven de Leider van het V.N.V. Erikssons gedachten gingen terug naar de duizenden Hou-Zee en Heil Hitler roepers, de honderden in uniform, de landdagen en de zangfeesten. En nu lagen de restanten van de Leider hier voor hem, wachtend op het ogenblik dat hij na 34 jaar terug verenigd zou worden met zijn echtgenote.

Bijzetting in de familiekelder

Inmiddels hadden Rik De Ghein en Rita Vermeir goed werk geleverd. Het Volk kwam uit met een goed artikel, het sloeg in als een bom. De pers zowel als de Vlaamse Beweging reageerde ongelovig. Uit de "naaste" familiekring van de V.N.V. leider werd ondertussen vernomen dat een dergelijke actie hoogst twijfelachtig is, vermits zelfs de familie niet precies wist waar Staf De Clercq werd begraven ! Rik De Ghein had inmiddels contact opgenomen met zijn vriend senator Leo Van Acker, die beloofd had contact op te nemen met het ministerie, wat goed nieuws was.

Achter gesloten deuren werden aan de ongelovige pers de uniformfragmenten getoond. Tientallen gelukwensen spoelden het café Odal binnen, indertijd het hoofdkwartier van de V.M.O. van Bert Eriksson. De "naaste" familie van Staf De Clercq verklaarde niet erg gelukkig te zijn met wat ze noemt "het zinloos heroprakelen van treurige toestanden die aan de herinnering van de V.N.V. leider toch geen glans meer kunnen bijbrengen". Van je "naaste" familie moet je het hebben ! Enkele dagen later telefoon van Rik De Ghein die meedeelde dat het stoffelijke overschot mocht bijgezet worden in de familiekelder. Hij vroeg Bert langs te komen in Diksmuide om nadere details te geven. Dolgelukkig bracht Bert Eriksson de uitvoerders van Delta op de hoogte. Mede dank zij Rik De Ghein en Leo Van Acker was operatie Delta voor honderd procent gelukt. Brevier en Delta, twee parels aan de V.M.O. kroon.

In Diksmuide zei De Ghein nog tot Kerstdag geduld te hebben. "Staf De Clercq zou niet weglopen" vertelde hij lachend. Het gebeente lag veiliger in de droge kelder van Berts moeder dan indertijd Verschaeve in de houten keet.
Kort voor Kerstdag stelde De Ghein de voorwaarden omtrent de overbrenging van de stoffelijke resten :
in verband met de wettelijkheid zou de senator het stoffelijk overschot zelf komen ophalen
de kist mocht niet groter zijn dan een meter en dit in verband met de grootte van zijn auto en de kofferruimte
hij moest zich bij aankomst van de inhoud van de kist kunnen vergewissen
Bert eriksson moest persoonlijk meerijden met senator Van Acker naar Asse en moest als
medegetuige het register ondertekenen.

Er was geen enkel bezwaar tegen deze voorwaarden en Dolf zou voor een aangepaste kist zorgen. Op tweede Kerstdag zou de senator het gebeente van Staf De Clercq komen ophalen, omstreeks de middag. Die dag was café Odal gesloten, dus dit kwam goed uit. Eriksson belde ook EH Pater Boucquillion op en vroeg hem het stoffelijke overschot op de begraafplaats te komen zegenen.
Eén dag voor Kerstmis werd het gebeente van Staf De Clercq in het kistje gelegd. Een moment bijna identiek aan enkele jaren voordien toen het gebeente van Verschaeve in zijn nieuwe kist werd gelegd. Eriksson toverde het café om tot een rouwkapel en plaatste de kist op een cafétafel, met daar overheen de V.M.O. vlag, kandelaars en een grote foto van de overledenen voor de kist.
Toen Eriksson 's avonds met vrouw en kinderen het Kerstdiner nuttigden dwaalden zijn gedachten voortdurend af naar het café beneden, waar Staf De Clercq mooi opgebaard lag, en hij dacht aan de knaap van twaalf die hij was toen Staf De Clercq kwam te overlijden.

Eindelijk, tweede Kerstdag. Er werd afspraak gemaakt met pater Boucquillion dat de senator om drie uur op de begraafplaats zou zijn. Even na de middag kwam de senator aan in café Odal. Eriksson verwijderde het deksel van de kist zodat de senator zich van de inhoud kon vergewissen. Hij wierp even een blik op het geschonden stoffelijke overschot en wenkte even met de hand om duidelijk te maken dat de kist kon afgesloten worden. Eriksson hielp daarop de kist in de laadruimte van de wagen te brengen, en nam dan plaats naast de senator, en dan ging het richting Asse in Brabant.
Daar aangekomen stonden op de begraafplaats een gemeenteambtenaar en twee werklieden hen reeds op te wachten. De sluitsteen van de familiekelder was reeds door de werklieden verwijderd. Alvorens het kistje naar de familiekelder werd gebracht bevestigde een gemeenteambtenaar een plaatje op de kist met registratienummer J354. Pater Boucquillion gaf het stoffelijke overschot van de V.N.V. leider een laatste zegen, waarop de kist in de familiekelder werd geschoven en het afsluitdek terug werd dichtgemetseld. Na 36 jaren van scheiding waren beide echtelieden weer verenigd. Zowel de senator als Eriksson tekenden dan het register. Gerechtigheid was geschied !

definiteve teraardebestelling van Staf De Clercq op 26/12/1978

Op 28 oktober 1979 werd Staf De Clercq herdacht door honderden Vlaams-nationalisten. Aanwezig waren Jan Brans, Mevrouw Theo Brauns, Mevrouw Lode Dosfel, Leo Wouters, Rik Borginon, abt Dekkers, Pater Boucquillion en Karel Dillen die het woord voerde namens Bert Eriksson die toen in de gevangenis van Tongeren opgesloten was als gevolg van de grote Voeractie.

28/10/79, VMO muziekkapel olv Cesaer Spitaels en het vaandel van Operatie Delta

Aan de V.M.O
Als mannen van de daad van vandaag, zijt gij de enige erfgenamen
van de mannen van de daad van toen.
Gij zijt vandaag de steen des aanstoots in dit land van slapers, lammelingen en lafbekken.
Gij zijt de rashonden en zonder die rashonden viel heel Vlaanderen in slaap !
"Brevier" en "Delta" waren een regelrechte uitdaging aan de belgische macht.
In heel de naoorlogse Vlaamse politiek zoekt men vergeefs naar een vergelijking.
Zij is er niet !

Diksmuide, 6/5/1979  Ward Hermans

 

   

Speciaal "Alarm" nummer over Operatie Delta

 

Opkuis vernielde praalgraf in 2013

Op 28/9/13 hebben leden van de actiegroep Voorpost de restanten van het voormalige praalgraf opgekuist en opnieuw zichtbaar en toegankelijk gemaakt voor wandelaars. Tevens werd een infobord geplaatst met een korte historische uitleg over het grafmonument.

Lees hier het volledige verslag van Voorpost.

 

Een lied...drie...vier !

Vlaanderen heeft altijd al een rijke cultuur gehad aan "heimat" liederen. Deze cultuur is nog steeds levendig aanwezig in vooral de Vlaamse studentenmiddens. Het is ons niet bekend of er ook "leidersliederen" hebben bestaan (liederen die werden gezongen bij het aantreden van een leider). Wel had het V.N.V. zijn eigen lied : De zwarte leeuw 

Ziet gij de zwarte leeuw niet rijzen,
zo fier, op ’t trotse gouden veld ?
Ziet gij zijn forse leeuwenklauwen
waarvan één slag de vijand velt ?
Ziet gij zijn bloed’ge ogen gloeien,
ziet gij zijn maan zo breed verward ?

Die Leeuw is onze leeuw van Vlaanderen
die rustend nog de wereld tart.  (bis)

Hij sloeg zijn klauwen op het Oosten,
en 't oosters heir vloog sidd'rend heen.
Zijn klauw vernielde d'halve mane
van d'ongetemde Sarazeen.
Dan toog hij weder naar het westen
en schonk hun dapperheid ten loon

aan d'onversaagdsten zijner zonen
een konings- of een keizerskroon.  (bis)

Hij sluimert nu der walen koning
beknell' hem vrij in ij'zren band.
Hij sture nu zijn roversbenden
tot op der leeuwen vaderland !
Maar zo de leeuw ontwaakt gij rovren
wordt ge allen door zijn klauw verscheurd,

dan wordt die trotse witte lelie
door hem met bloed en slijk besmeurd.   (bis)

Johan De Laet

Beluister dit lied : (Borgerhouts Mannenkoor)

 

Bronnen
"Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging"  aangepaste versie (met toevoeging van eigen ervaringen en inzichten)
"Van de kust tot in de Voerstreek" - Operatie Delta

Literatuur
Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging
Van de kust tot in de Voerstreek
- V.M.O. 1948-1983 - uitgegeven 1998

Fotos en afbeeldingen
"Van de kust tot in de Voerstreek" 
"Alarm" nr 1 6de jaargang januari 1979 en nr 8 6de jaargang oktober 1979 (kaftomslag)
"Privé Archief"

 

Franse preken       Teeractie      Diverse acties    Taalgrensacties    Brevier     Wolfsangel   

Historiek                Heldenhulde