|
Komen - Moeskroen
De taalgrensregeling 1962-1963
De zo dikwijls genoemde en
beschreven "taalgrens" was tot 1932 slechts een feitelijke scheiding
tussen twee taalgroepen. In 1932 ontstond de eerste taalregeling, die verband
hield met de wettelijke taal van iedere gemeente. "Zodra in een gemeente
een minderheid van meer dan 30% een voorkeur voor het Frans uitspreekt, wordt de
betrokken gemeente in feite tweetalig voor alle overheidsdiensten. Zodra het
percentage Nederlandssprekenden beneden de 30% daalde verloren zij in feite alle
rechten".
Hiermede was de deur op een kier
gezet om de dreigende verfransing binnen te laten. Bij de talentelling in 1947
moest het wettelijk taalgebruik worden vastgelegd. Van die gelegenheid werd van
franstalige zijde gebruik gemaakt om hun positie te verstevigen. Middelen zoals
diefstal van tellingsformulieren, morele dwang van franstalige werkgevers,
suggestieve vragen op tellingsformulieren e.d. waren legio. De publikatie van de
aldus vervalste uitslagen kon tot 1954 worden uitgesteld, zodat de toepassing
van de wet tot op dat ogenblik verhinderd werd.
Overschilderde
plaatsnaamborden
De talentelling van 1960 werd
uitgesteld, maar in november 1961 begon de "strijd" in het
parlement met het wetsontwerp Gilson, dat Komen-Moeskroen bij West-Vlaanderen
liet, Landen naar Limburg overhevelde, de Voer bij Luik, en Edingen bij
Henegouwen indeelde. Na heel wat tegenvoorstellen en palavers viel dan
uiteindelijk de beslissing in oktober 1962. Zoals geweten kwam de Voer bij
Limburg, maar de prijs die werd betaald was duur. Komen, Moeskroen en Edingen
werden definitief (?) Henegouws grondgebied en de Platdietse streek bleef bij
Luik. Er worden wel een aantal faciliteiten voorzien voor de taalgrensgemeenten.
Faciliteiten zijn, naar de geest van de wet, maatregelen die op taalgebied een
gunstregime scheppen voor diegenen die niet de taal van de streek spreken maar
een andere landstaal. Dat gunstregime is slechts tijdelijk, want het heeft als
bijbedoeling de anderstaligen de kans te geven zich geleidelijk aan te passen
aan de streektaal. Inhoudelijk omvatten de faciliteiten het volgende :
1) De berichten, mededelingen en
formulieren die voor het publiek bestemd zijn, worden in beide landstalen
opgesteld.
2) De akten die partikulieren
betreffen, worden in principe in de streektaal opgesteld. Iedere belanghebbende
kan evenwel een gewaarmerkte vertaling bekomen in de andere landstaal zonder
bijkomende kosten.
3) Dezelfde regeling geldt voor
getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen.
4) In de taalgrensgemeenten worden
tot de ambten van gemeentesecretaris, gemeenteontvanger, politiecommissaris,
secretaris en ontvanger van het OCMW alleen toegelaten de kandidaten die vooraf
geslaagd zijn voor een examen over de voldoende kennis van de tweede taal.
(In de besturen van de
gemeenten en van de openbare personen die aan de gemeenten ondergeschikt zijn,
mag niemand een ambt bekleden, waarin hij omgang heeft met het publiek, indien
hij niet vooraf geslaagd is voor een examen over de elementaire kennis van de
tweede taal, het Nederlands of het Frans, naar gelang van het geval. Wordt
vrijgesteld van de taalexamens, die in de paragrafen 1) en 2) bedoeld
zijn, de kandidaat die volgens zijn diploma of studiegetuigschrift, zijn
onderwijs in die taal heeft genoten. Genoemde taalexamens, evenals het eventueel
examen over de kennis van de taal van het gebied, geschieden onder toezicht van
de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.)
5) Onderricht in de tweede
landstaal is vanaf het derde leerjaar verplicht à rato van drie uur per week.
6) Lager- en kleuteronderwijs
mag verstrekt worden in een andere dan de officiële streektaal indien deze taal
de moedertaal of gebruikelijke taal van het kind is en indien het gezinshoofd in
de faciliteitengemeente verblijft. Dit onderwijs mag en moet ingericht
worden indien het wettelijk bepaald aantal (in casu 16) gezinshoofden er om
verzoekt en indien er geen van dezelfde taal is op minder dan de door de wet
bepaalde afstand (in casu 4 km).
Deze regeling werd spoedig de
aanleiding tot heel wat moeilijkheden. Voor franstaligen in
faciliteitengemeenten leek de toepassing evidend, waar Vlamingen hun rechten
opeisten werd de zaak op de lange baan geschoven en geraakte ze in de
vergeethoek.
"Haan of
leeuw,
wie zal het
zeggen !
't Hangt af
hoe ze te
Brussel
de kaarten
leggen"
uit "Ons
Kanton"
De evolutie tot 1971
De enige beduidende reactie die
loskwam op de overheveling van Komen-Moeskroen naar Henegouwen kwam uit
West-Vlaanderen. Vooral Komen leunde zeer sterk aan bij deze Vlaamse provincie.
Waar de grensstreek vroeger voor de tewerkstelling op Frankrijk was afgestemd,
was daarin in de laatste decennia een kentering gekomen.
Sociaal-economisch, cultureel en
familiaal was en is Komen volledig op West-Vlaanderen afgestemd. Langzaam aan
werd de situatie door de meesten als "normaal" aangevoeld. De
openlijke tegenstand verbleekte van jaar tot jaar, alhoewel de (vaak
onuitgesproken) wens bleef bestaan om Komen terug te winnen. Het ging zelfs
zover dat begin 1971 de "Gazet van Antwerpen" een artikelenreeks
publiceerde getiteld : "Requiem voor Komen en Moeskroen". De
journalisten die op zoek gingen naar Vlamingen in deze gemeenten kregen zelden
respons, en wanneer dit toch het geval was, mochter er "alstublieft geen
namen" genoemd worden. Want de schrik zat diep bij die enkele "getrouwen"
en de steun die zij kregen vanuit Vlaanderen was nihil.
Om toepassing van de faciliteiten
werd door de Vlamingen niet gevraagd, soms uit vrees, meestal vanwege de te
grote tegenkanting van de zijde van het gemeentepersoneel. De stemming bij de
Vlamingen in Komen komt op hetzelfde neer als diegenen die enkele jaren terug
heerste in de Voer : "Laat ons a.u.b. met rust, wij willen geen
moeilijkheden en we zullen er ons wel doorslaan".
Maar....is er niet een Vlaams
gezegde dat luidt : "als de nood het hoogst is, is de redding
nabij..."?
Oprichting
van de "Vriendenkring van het Komense" en evolutie tot 1979
Hoewel
het woord redding misschien wel wat eufemistisch klinkt, kwam er in september
1971 toch een rectie op gang. Het verenigingsleven, dat de ruggegraat is van
elke gemeenschap, en zeker van een gemeenschap in de verdrukking zoals de
Komense Vlamingen, kreeg met de "Vriendenkring van het Komense"
een nieuwe impuls. De nieuwe impuls ontstond uit een groepje vrienden die op de
lijdensweg van de Komense Vlamingen niet meer lijdzaam konden toezien.
Onmiddellijk werd gestart met een eigen blad, getiteld "Ons kanton"
dat gratis werd verspreid in de vijf gemeenten van de "enclave" van
Komen, namelijk Komen, Houtem, Ploegsteert, Waasten en Neerwaasten.
De
bedoeling van de "Vriendenkring" en "Ons Kanton"
was van de Vlamingen in Komen een hart onder de riem te steken en een binding
tot stand te brengen met het Vlaamse hinterland. Vooral op financieel vlak is de
"Vriendenkring" van Vlaanderen afhankelijk. Buiten de uitgave
van het maandblad moet immers ook nog de busdienst gefinancierd worden die werd
georganiseerd door het K.N.O.K.K. (Komité voor Nederlandstalig Onderwijs en
Kultuur te Komen), om Komense kinderen naar Vlaamse scholen in West-Vlaanderen
te voeren.
In
het jaar 1979 werden door deze busdienst dagelijks 97 kleuters en scholieren
naar Vlaamse scholen buiten Komen vervoerd. Bovendien waren er 50 jongeren die
voortgezet onderwijs in Vlaanderen volgden. Procentsgewijs komt dat er op neer
dat 9,7% van de Komense schoolbevolking naar Vlaamse scholen werd gebracht.
Hierbij mag echter niet uit het oog verloren worden dat een aantal ouders hun
kinderen zelf naar een Vlaamse school brengen.
Eén
van de voornaamste troeven die door "Ons Kanton" wordt
uitgespeeld is de tweetaligheid. Want ook franstalige artikels komen er in voor
om reeds verfranste Vlamingen niet volledig prijs te geven. In de propaganda
voor "Vlaamse kinderen in Vlaamse scholen" wordt duidelijk
gesteld dat een tweetalige werkzoekende meer kans maakt om een betrekking te
vinden, en terecht. De invloed die de verspreiding van "Ons Kanton"
heeft kan worden getoetst aan de verkiezingsuitslag voor het Europees Parlement.
Het tijdschrift riep immers iedereen op om blanco of ongeldig te stemmen, daar
men niet voor Vlaamse kandidaten kan kiezen. Waar bij de gemeenteverkiezingen in
1976 het aantal blanco en ongeldige stemmen 639 bedroeg, was dit voor de
Europese verkiezingen 3.018. Telt men daarbij de 992 stemgerechtigden die
verkozen thuis te blijven, dan komt men tot 35% van de 11.577 kiesgerechtigden
in Komen. Niet enkel het belang van de terugkeer van Komen naar Vlaanderen werd
onderstreept, maar bovendien wees de "Vriendenkring" zeer
terecht op het gevaar dat een Waals Komen met zich meebrengt voor de verdere
verfransing van het Wastvlaamse taalgrensgebied.
Tegen
vele verwachtingen in begonnen velen hun vergissing van 1962 in te zien.
Culturele en politieke organisaties zoals het Davidsfonds en de Vlaamse
Volksbeweging gaven dit openlijk toe. deze erkenning van hun vergissing
verandert echter niets aan de plaatselijke situatie zoals ze is. een resem
feiten illustreert dit treffend. De tegenkantingen die de "sales Flamins"
ondervinden komen van alle zijden. Zo wanneer een Vlaming een identiteitskaart
dient te halen op het gemeentehuis veinst de bediende hem niet te verstaan, en
wanneer eindelijk duidelijk is wat de persoon in kwestie wil, blijken de
Nederlandstalige identiteitskaarten niet in voorraad. "Komt u volgende
week nog eens terug". Ofwel buigt de Vlaming en aanvaardt een
Franstalige kaart, ofwel blijken na lang aandringen de kaarten dan toch
voorradig, maar totaal verkleurd en bevuild. Niet te verwonderen dat er slechts
enkele tientallen Nederlandstalige identiteitskaarten zijn in de Waalse
gemeente. Uiteraard vormt dit voor de franstaligen een (vervalst)
propagandamiddel, want : "vous voyez, il n'y a que quelques Flamands à
Comines".....
In
juni 1973 werd het treinverkeer tussen Wervik en Komen drie uur opgehouden.
Oorzaak : de Komense stationchef vond het nodig om met franstalig telegram te
antwoorden op een nederlandstalige van zijn Wervikse collega, wat uiteraard niet
in goede aarde viel.
Het
spijtige van de ganse zaak is dat de ergsten niet van Waalse afkomst zijn, maar
wel verfranste volksgenoten. Burgemeester Pieters (afkomstig van Heule), Schepen
Delen, prefect van Thuyne van het atheneum. De burgemeester van Moeskroen,
Devos, was zelf een gewezen Dinaso-militant. De franstalige leerkrachten doen al
wat in hun macht ligt om de leerlingen een negatieve ingesteldheid tegenover
Vlamingen mee te geven. Zij schrikken er zelfs niet voor terug de kinderen tegen
hun (Nederlandstalige) ouders op te zetten. Uitdrukkingen als "les
Flahutes putent" (de Vlamingen stinken) liggen de leraars dikwijls op
de tong. De Vlamingen krijgen alles aangesmeerd wat verkeerd loopt in het
kanton, zoals het mislukken van de verdere industrialisatie (vb : het
gemeentebestuur weigerde een bouwtoelage voor de uitbreiding van een
varkensbedrijf....de eigenaar was een Vlaming). Zo was er de ganse problematiek
rond de telefoongids, want Komen kwam enkel voor in de telefoongids deel 8 van
Henegouwen, met alle problemen vandien. Niettegenstaande diverse klachten van
Vlamingen werd er geen enkel gevolg aan gegeven.
"Vlamingenhater"
burgemeester Pieters (midden)
De
pesterijen tegenover Vlamingen gingen echter nog verder. Nederlandstalige post
(rekeningen van gas, telefoon, belastingen...) gingen regelmatig verloren op
één bepaalde postronde. De postbode was ..inderdaad franstalig.
En
wat met de kerkelijke overheid ? Weliswaar neemt die geen deel aan de dagelijkse
terreur (het tegenovergestelde zou maar al te erg zijn...), maar onrechtstreeks
wordt deze dan toch geduld en hiervoor zelfs in de hand gewerkt. Men mag immers
de Franstalige parochianen niet voor het hoofd stoten. Schuchtere pogingen om de
Vlamingen "faciliteiten" te geven lopen steeds op dezelfde
wijze af. Of zoals deken Colly het verwoordde : "In de zondagse vroegmis
wordt een beetje in het Vlaams gepreekt, maar zelfs dat verdraagt men niet.
Zodra ik in het Vlaams begin, verlaten een aantal Franstaligen de kerk". De
Vlaamse priesters, allemaal gevormd in het seminarie van Bruggen en Roeselare
spelen dus het Franstalige spelletje mee !
Desondanks
is er een kern bewuste Vlaamse Komenaars die het hoofd niet laten hangen bij
zoveel Franstalige terreur. De respons die ze krijgen groeit gestaag, maar velen
zijn nog niet bereid om zich als Vlaming kenbaar te maken. Maar de strijd is
bijlange nog niet verloren. Integendeel !
De
aanvraag voor een Vlaamse school in Komen
De
weerklank die de "Vriendenkring" in Vlaanderen vond was
dermate groot dat op 31 juli 1979 24 Nederlandstalige ouders uit Komen het
aandurfden hun rechten op te eisen en een Vlaamse school vroegen aan het
gemeentebestuur.
Ondanks
de hoop die deze moedige Vlamingen hadden kwam de Vlaamse school er niet in
september 1979. Hoyaux, destijds minister van Nationale Opvoeding, verklaarde
zonder enige schroom op 24 augustus 1979 dat de school er op 1 september niet
zou komen. zonder te specifiëren waarom zei Hoyaux dat de aanvragen niet
conform waren met de wettelijke bepalingen. Met de arrogantie, eigen aan
Franskiljons, verklaarde het Komense gemeentebestuur naderhand dat ze bereid
waren een school op te richten als aan de wettelijke verplichtingen voldaan
werd. Van Ministriële zijde werd geschermd met de Wet op de scholen van 11
juli 1973 om de taalwet i.v.m. het oprichten van scholen in de tweede
landstaal te dwarsbomen. In september bleek deze stelling echter niet langer
houdbaar. Maar nu kwam het gemeentebestuur terug op de proppen met de
verklaring dat slechts negen aanvragen geldig waren, en dus niet "aan
de wettelijke voorwaarden voldaan was".
Deze
willekeur ontlokte heftige reacties in Vlaanderen. Voor één keer was de
Vlaamse pers unaniem in zijn veroordeling van de Komense toestanden. De
nakende confrontatie kwam er dan ook : op 29 september 1980 trokken ongeveer
3.000 betogers vanuit het centrum van Wervik richting Komen. Iedereen was vast
besloten voor niets of niemand te wijken. Men geraakte ook tot op het
grondgebied Komen. Een symbolische toegeving van de rijkswacht, die de
organisatoren de gelegenheid gaf een algehele doorbraak te verhinderen.
Slechts een 300 moedigen slaagden er in langs de spoorweg de Komense
buitenwijken te bereiken, waar zij op een traangasgordijn werden onthaald. Na
enkele schermutselingen werden zij door de Waalse rijkswacht achtervolgd tot
op Vlaams grondgebied. Ei zo na viel er een dode toen panikerende Waalse
rijkswachters met nylonkogels vuurden op de hardnekkige betogers. Een Vlaming
werd door een kogel getroffen wat de woede van de betogers alleen maar groter
maakte. Hoe groot de verwarring wel was, bleek uit het feit dat de
rijkswachters zelf met stenen en stokken naar de betogers gooiden.
Situatie
schets (klik op het kaartje)
Deze
betoging maakte aan gans het land diets dat het menens was met de Vlaamse
school in Komen. Dan werd er door de Franstaligen, zoals voor hen
gebruikelijk, naar de meest verderfelijke en gemene middelen gegrepen. De
ondertekenaars van de aanvraag kregen anonieme telefoontjes waarin hen werd
aangemaand hun aanvraag in te trekken, zo niet.....Anonieme brieven waren
schering en inslag. De inhoud ervan spreekt boekdelen, zoals deze van de
"ligue Waloone" opgesteld in schabouwelijk Frans. We laten u
echter genieten van de Nederlandse vertaling :
"Meneer,
de lijst van de personen die de oprichting van een Vlaamse school in Komen
vragen, begint in bepaalde kringen te circuleren. Wat u betreft zijn wij ervan
overtuigd dat u alleen maar getekend hebt door onwetendheid of onder druk van
cahntage. Daarom willen wij u de kans geven om uw mening te herzien, indien u
aan de gemeentelijke administratie uw beslissing laat geworden om uw
handtekening in te trekken. Dat zou een gelegenheid zijn om de gemoederen te
bedaren, maar in het geval u weigert zullen wij tot daden moeten overgaan door
uw naam en adres voor heel de bevolking te publiceren, vervolgens door van
andere middelen gebruik te maken, waarnaar u mag raden, maar die zwaar aan
gevolgen zullen zijn door de BRUTALITEIT van die maatregelen ! U alleen zal
daarvoor aansprakelijk zijn. U bent Vlaming, en dat is uw volste recht. U wilt
Vlaams onderwijs en ook dat is uw volste recht, maar in dit geval moet u uw
kinderen naar Wervik, Zandvoorde, Meesen, Nieuwkerke...sturen, maar geen
Vlaamse school aan de Komenaars willen opdringen. Indien u zich niet aan het
leven van de Komenaars wilt aanpassen, dan verhindert u niets om naar
Vlaanderen terug te keren en daar uw "moedertaal"
te cultiveren. In elk geval : pas op, want de Komenaar is goed van inborst,
hij is gastvrij voor de minderheid, maar hij kan razend worden als men hem op
de tenen trapt ! Probeer te begrijpen dat het om uw eigen belang en dat van
heel de streek gaat. Wij rekenen op uw begrip, wij hopen dat wij bij u niet
zullen moeten tussenkomen in de nabije toekomst. Namens de vereniging van
echte Komenaars".
De
manier waarop deze schrijvers aan de adressen van de ondertekenaars kwamen
laat zich makkelijk raden. De lijst was immers overhandigd aan de
gemeentesecretaris en nadien voor de gemeenteraad gekomen. De plagerijen
waaraan de Vlamingen blootstaan namen dan ook hand over hand toe. Buren mijden
plots die "fascistische extremisten" als de pest. Een Vlaamse
leerkracht van het Komense atheneum wordt door collega's niet meer
aangesproken op aanstoken van enkele fervente Franskiljons. De waarheid
gebiedt echter te zeggen dat niet alle Franstaligen hiermee opgetogen waren,
maar persoonlijkheid om zich te verzetten bezaten ze niet.
Het
was dan ook niet verwonderlijk dat vele Vlaamse ouders na al die Franskiljonse
pesterijen bezweken en dat anderen hun aanvraag handhaafden op voorwaarde dat
hun namen niet naar het gemeentebestuur werden doorgegeven. Maar deze laatste
garantie kon niemand hen geven. Bij de intimidatie campagne speelde
burgemeester Pieters een grote rol. Was hij het immers niet die de
Franstaligen de pap in de mond gaf door de aanvragen ongeldig te verklaren ?
Ondertussen
ging op regeringsvlak de diskussie verder. Was de vier kilometer
clausule toepasselijk op de school van Komen of niet ? Nadat deze afstand tot
twee kilometer was teruggebracht naar analogie met de Voerse toestand, werd
deze voorwaarde in het Koninklijk Besluit van 22 november 1979 niet
toepasselijk verklaard. Hiermee ging men in tegen het advies dat de Raad van
State voordien had gegeven. Dit advies stelde dat het in taalgrensgemeenten
wel degelijk gaat om "adaptiescholen" met versterkt
onderricht van de tweede landstaal, waarop de afstandsbeperking geen
betrekking heeft.
Toch
ontbreekt het de Vlaamse (?) regeringsleden aan moed om een beslissing door te
drukken en blijft men toegeven aan de Franskiljonse "gangs"
("Le gang des Wallingants of een nieuwe versie van Chicago"
blokletterde "Ons Kanton" al in september 1979). De gemeenteraad
zegt uiteindelijk "njet" (15 augustus 1980) aan de Vlaamse school.
De regering blijkt niet bij machte om de gemeenteraad te verplichten een
school op te richten. Had men anders verwacht van de Franstalige minister
Mathot ?
Endan
komt er een typische "belgische" oplossing uit de bus. Er wordt een
Vlaamse klas opgericht als onderdeel van het (Franstalige) Komense atheneum
(een rijksschool dus), en als bijkomende restrictie werd beslist
dat de klas moest sluiten als er op 30 september geen 16 leerlingen
zouden zijn. Alsof dit nog niet voldoende is, dient bovendien, ter
compensatie, komaf gemaakt met de weg Pecq-Armentières, die het gebied
Komen-Moeskroen moet "ontsluiten" van het Henegouwse achterland.
Andermaal werden de Vlamingen verkocht en overgeleverd aan de genade van de
Franstaligen.
Epiloog
Het
is intussen genoegzaam gekend hoe enkele moedige Vlaamse ouders en hun
kinderen dagelijks een haag van hysterisch tierende frankofonen moesten
trotseren om het Vlaamse klasje van Meester Dondeyne te bereiken. Een
schrijnende toestand. De weg Pecq-Armentières komt er niet, waardoor
Vlaams gebied van West-Vlaanderen afgesneden wordt en zo onvermijdelijk
opengesteld voor verfransing. Er kwam intussen wel een wandelweg, maar of dit
genoeg zal zijn...
Vlamingen
steunen de Vlaamse kinderen in Komen
In
1983 kwam de Vlaamse school in Komen er dan toch als gevolg van een protocol
afgesloten tussen de toenmalige ministers van onderwijs Callewaert langs
Vlaamse zijde, en Busquin langs Franstalige kant. Met directrice Ann Degryse
draait de school in Komen in alle rust. Op 1 februari 2002 telde ze 59
leerlingen. Met de subsidies die uit Vlaanderen (en niet Wallonië !) komen
worden de weddes van de leerkrachten en de werkingskosten van de school
betaald. Valt die subsidie weg, dan mogen ze het in Komen vergeten en kan de
school haar deuren sluiten. De Franstaligen weigeren de subsidie te betalen en
verwijzen naar de illegaliteit van de school en verwijzen naar hun standpunten
van weleer.
Het
is dan ook dank zij Vlaanderen dat de Vlaamse school in Komen nog bestaat, en
ook dank zij de inzet van vele Vlaamse vrijwilligers die tot vandaag jaarlijks
de school een opknapbeurt geven.
Uit recente
berichten blijkt dan ook dat het Komense gemeentebestuur de school blijft
boycotten en ouders onder druk zet. Wellicht is dat ook de reden waarom er in
Edingen en Vloesberg geen Nederlandstalige faciliteitenscholen voorhanden
zijn.
Het
dossier Komen blijft een schandvlek en een voorbeeld van besluiteloosheid van
de "Vlaamse" regering.
Jan
Puimege : Ken jij dat land 
Bronnen
-
Roger
De Laere
- Ons Kanton
Literatuur
-Dossier
Komen - Dirk Van De Wal (Vlaams Blok)
-De Vlaamse Beweging nu en
morgen : verweer en aanval - Dr. M. Van Haegendoren 1964
-Spectator
Afbeeldingen
en fotos
"Dossier Komen" - Dirk Van De Wal (Vlaams Blok)
Voerstreek Vloesberg-Ronse
Brussel
Taalstrijd

|